Recensies Bewaar

Het blijft bijzonder dat Bob Dylan met een zo versleten stem zo veel emotie kan oproepen (****)

Bob Dylan eerder dit jaar in Frankrijk: 22 juli, Carhaix-Plouger. Bij het concert in de Heineken Music Hall, waarbij hij geen gitaar speelde, mocht gisteren niet worden gefotografeerd
Bob Dylan eerder dit jaar in Frankrijk: 22 juli, Carhaix-Plouger. Bij het concert in de Heineken Music Hall, waarbij hij geen gitaar speelde, mocht gisteren niet worden gefotografeerd © ANP

Vaste prik dat bij concerten van Bob Dylan buiten voor de deur minimaal één straatmuzikant staat. En zo'n muzikant, akoestische gitaar plus beugel met mondharmonica om de nek, brengt dan altijd Dylans klassieke jarenzestigrepertoire.

Daar is Dylan zelf wel zo'n beetje klaar mee. Bij het eerste van twee concerten in de Heineken Music Hall is She belongs to me, van het in 1965 verschenen album Bringin it all back home, het enige sixtiesnummer dat hij speelt.

Dylan, 72 jaar oud al, brengt vooral recent repertoire. En daar heeft hij groot gelijk in. Sinds hij in 1997 het album Time out of mind uitbracht, verkeert hij in blakende artistieke vorm. Hij brengt de ene na de andere plaat uit en stelt, anders dan in de jaren tachtig en het grootste deel van de jaren negentig, eigenlijk nooit teleur.

Nieuw repertoire
Zijn vorig jaar verschenen Tempest werd door sommige critici zelfs ontvangen als het hoogtepunt van zijn enorme oeuvre. Dat was overdreven, maar een geweldige plaat is het zeker.

In de HMH speelt hij er wel zes nummers van. Bij het publiek is dat nieuwe repertoire nog niet echt ingedaald. Tangled up in blue en Simple twist of fate, twee nummers van zijn klassieke echtscheidingsalbum Blood on the tracks, worden met een herkenningsapplaus begroet, de rest van de nummers lijkt voor veel aanwezigen volkomen nieuw te zijn.

Focus op geluid
Maar dat Dylan op dreef is vanavond, kan iedereen horen. Zeker na de pauze is hij zeldzaam bevlogen. Aardedonker is het als Dylan en zijn band het podium op komen. De vijf muzikanten krijgen ieder een spotje op zich gericht, Dylan zelf blijft de hele avond in het halfduister. Wie niet vooraan bij het podium staat, ziet weinig meer dan een zwarte gestalte. Maar hij hoeft zijn mond maar open te doen of je weet dat hij het is. Als een grindpad kon zingen, klonk het zo.

Een gitaar raakt hij de hele avond niet aan, wel speelt hij mondharmonica en neemt hij af en toe plaats achter een piano. Zijn spel? Laten we het heel beleefd elementair noemen. Zingen doet hij veelal wijdbeens staand achter de microfoon. Het blijft bijzonder dat je met een zo versleten stem zo veel emotie kunt oproepen.

Hij knarst, hij piept, hij murmelt, maar in Scarlet town, een song van Tempest, klinkt hij zowaar ook teder. En in Early Roman kings, een stampend bluesnummer, ook van Tempest, dat doet denken aan Muddy Waters, blijkt er nog opvallend veel volume in zijn stem te zitten.

Band
Ook goed op dreef is zijn begeleidingsband. Wat helpt, is dat bij deze tak van Dylans never ending tour de setlist elke avond dezelfde is. Voorheen bedacht Dylan bij concerten pas vaak op het podium wat hij wilde spelen, daarbij regelmatig zelfs zijn begeleiders verrassend. Nu weten ze precies wat van ze wordt verwacht en is er volop ruimte voor solo's. De ruime inzet van de pedalsteelgitaar zorgt voor een countryachtig geluid.

Pas in de toegiften is er ruimte voor greatest hits. Dylan zingt All along the watchtower en Blowin' in the wind, maar van harte lijkt het niet te gaan. En hij geeft bij Blowin' in the wind zo'n rare draai aan de melodie, dat het nummer door de meeste toehoorders pas bij het refrein wordt herkend. Die straatmuzikant, die bij het uitgaan van de Heinekenhal ook Blowin' in the wind zingt, heeft er heel wat meer plezier in.