Geen tranen om lokale kranten
30-12-08 11:14 uur
Is het erg dat plaatselijke kranten verdwijnen, of verschrompelen tot een schim van hun vroegere zelf? Een columnist van The Financial Times, John Gapper, stelde onlangs de vraag in de kop boven een lang stuk op een opiniepagina. Tegen het eind komt hij met een antwoord: nee.
Gapper behandelt vooral de situatie in de Verenigde Staten, waar lokale dagbladen als The Miami Herald en The Philadelphia Inquirer het zwaar hebben. In die steden raadplegen burgers steeds vaker het groeiende aantal blogs en andere nieuwsbronnen op internet, zoals de publicaties van de diensten voorlichting, dan de papieren krant waarvan het bestaan min of meer samenviel met de stichting van die steden in kwestie.
"Informatie over plaatselijke gebeurtenissen kan net zo efficiënt online worden verspreid als in een papieren krant, misschien zelfs efficiënter," aldus Gapper.
Hij ging naar Minneapolis voor een gesprek met Joel Kramer, de oprichter van MinnPost, een veel bezochte site vol plaatselijk nieuws. De zaken gaan goed, aldus Kramer, adverteerders hebben hun oorspronkelijke aarzeling laten varen. De plaatselijke krant, de Minneapolis Star Tribune, raakt zowel adverteerders als lezers kwijt, de redactie is sterk ingekrompen.
Joel Kramer was er ooit hoofdredacteur. De vaste redactie van MinnPost bestaat uit zes mensen, hemzelf incluis. Losse medewerkers vullen de gaten.
Joel Kramer geeft toe dat zijn nieuwssite de vergelijking met een echte krant niet kan doorstaan. Het plezier een bundel gedrukt papier in de hand te houden, weegt niet op tegen het turen in een computerscherm, dat voor veel mensen teveel op 'werk' begint te lijken. Voor diepte in verslaggeving en beschouwingen moeten de burgers van Minneapolis volgens Kramer nog steeds te rade gaan bij de Star Tribune, of bij de rivaal, de Pioneer Press, niet bij zijn eigen site. Maar de burgers hebben er geen boodschap aan. De informatie op de site is immers gratis.
John Gapper, de man die niet zal rouwen om het verdwijnen van plaatselijke kranten, vindt dat sommige zaken niet meer thuishoren op papier. Zoals sport, weerberichten, beursnoteringen en andere onderwerpen die zijn samen te vatten onder de noemer 'service'. Lokale kranten mogen van Gapper blijven bestaan, maar dienen nog dunner te worden, namelijk door de pagina's met binnenlands en buitenlands nieuws af te schaffen. Gapper: "Ooit was er een zekere logica verbonden aan de noodzaak voor de Chicago Tribune of de Miami Herald er redacties in Washington op na te houden, of zelfs buitenlandse correspondenten. Inwoners van Miami en Chicago hadden geen toegang tot kranten als The New York Times of The Washington Post, die traditioneel veel aandacht besteden aan internationaal en binnenlands-politiek nieuws."
Dus hield ook de Miami Herald er een redactie buitenland op na, die ooit beroemd was om zijn verslaggeving over Latijns-Amerika, maar nu goeddeels is teruggevallen op wat het persbureau Associated Press daarover te bieden heeft.
Maar dankzij internet kunnen Miamians de NY Times, de Washington Post en de in de VS populaire sites van The Guardian en de BBC online lezen.
Daarop staan volgens Gapper betere stukken dan de redacties buitenland van de lokale of provinciale kranten produceren, met een verscheidenheid aan onderwerpen die de 'provincialen' toch nooit kunnen evenaren.
John Gapper: "Pas als kranten als The New York Times in ernstige moeilijkheden komen, moeten Amerikanen zich zorgen gaan maken over het niveau van het buitenlands nieuws dat ze tot zich nemen."
Want hoe krakkemikkiger de positie van de plaatselijke kranten, hoe sterker die van de 'elite'. John Gapper noemt in dit verband vooral The New York Times, The Wall Street Journal, The Financial Times en Bloomberg.
In The New Yorker biedt ene James Surowiecki de plaatselijke kranten in de VS een dubieuze vorm van troost. Ze hoeven niet per se te verdwijnen, maar kunnen voortbestaan als nonprofits die in leven worden gehouden door donaties van de schaarse lezers en schenkingen van rijkaards met een zwak voor oude ambachten. (RENÉ TER STEEGE)