'Hoofddoek af trend in Teheran'
10-11-09 10:54 uur
De Iraanse Shadi Sadr ontvangt de mensenrechtenprijs van minister Verhagen. Foto ANP
TEHERAN - De Iraanse Shadi Sadr heeft de Mensenrechtentulp 2009 gekregen, de mensenrechtenprijs van de Nederlandse regering. De advocate en journaliste vecht voor de positie van vrouwen in Iran.
Shadi Sadr is bang. Op straat, thuis, overal. Niet vreemd, want al twee keer werd zij op straat opgepakt. De eerste keer, in 2007, belandde zij zeventien dagen in de gevangenis wegens een demonstratie tegen de opsluiting van vijf vrouwen.
De tweede keer, in juli van dit jaar, zat zij tien dagen vast. Weer was ze de straat opgegaan, nu om met vele anderen te protesteren tegen de volgens de oppositie vervalste verkiezingsuitslag. Als gevolg daarvan moest oppositieleider Mir Hossein Moessavi het afleggen tegen president Mahmoed Ahmadinedjad.
Sadr in een gesprek in Den Haag:''Ik ben niet voor Moessavi, maar wel voor democratische verkiezingen.''
Ze zag Teheran voor haar ogen radicaliseren. ''Sinds de verkiezingsrellen zijn er veel gewapende militairen op straat, die normaal gesproken de grenzen bewaken. Zelfs de 'moraliteitspolitie', die erop toeziet dat vrouwen zich kleden volgens de strenge religieuze wetten, wordt ingezet om de militairen te helpen.''
Maar de advocate ziet, ondanks alles, positieve dingen gebeuren in Teheran. ''Mensen pikken het niet meer. Vrouwen gooien hun hidjab (sluier) uit protest op straat.''
Volgens Sadr heeft de moraliteitspolitie het nu toch te druk met het de kop indrukken van de straatrellen om toe te zien op de naleving van de religieuze regels. Lachend: ''Het lijkt zelfs een trend te worden geen hidjab te dragen.''
Met haar project Raahi, een juridisch adviescentrum voor vrouwen, helpt Sadr vrouwen op het gebied van familierecht. Ze biedt hulp bij scheiding, geen vanzelfsprekend recht voor de Iraanse vrouw. De klanten hoeven niet te betalen. Sadr: ''Veel vrouwen hebben het geld niet om een advocate in te huren.'' Ook is ze een actie begonnen tegen lijfstraffen, met de campagne Stop het stenigen voor altijd.
''Na drie jaar strijden hebben we zeven vrouwen en twee mannen vrij kunnen krijgen.'' Bovendien komt er een herziening van het strafrecht, waarbij steniging verboden wordt. ''Het parlement moet de wet nog ratificeren. Ik zie het positief in.''
Helaas moest het project Raahi in 2007 stoppen. De overheid maakt onafhankelijke, non-gouvernementele organisaties graag het leven moeilijk; een praktijk die in Iran gemeengoed is sinds de jaren vijftig.
Sadr is blij met de financiële hulp van de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie Hivos, ook al wekt de buitenlandse geldstroom wantrouwen bij de overheid: ''Ik maak mijn eigen projecten. Hivos financiert alleen initiatieven die gebaseerd zijn op Iraanse ideeën. Bovendien zal de regering altijd een excuus vinden om ons werk te bemoeilijken.''
Iran houdt niet van pottenkijkers. Daarom was het opmerkelijk dat het Mohamed El Baradei, directeur van de nucleaire waakhond van de VN, in oktober uitnodigde om naar Teheran te komen.
Sadr: ''Ahmadinedjad veinst openheid, maar in feite leidt de regering hiermee de aandacht af van de massale schendingen van de mensenrechten. Bovendien, Iran heeft daarna verklaard dat het niet bereid is afstand te doen van zijn 'legitieme rechten' op atoomgebied. Burgers in Iran voelen zich, nu de aandacht zich vooral richt op de atoompolitiek, door het Westen in de steek gelaten.'' (CHRISTIEN VAN DEN BRINK)