Zoektocht eerste Europese 'president' van start
05-10-09 11:23 uur
In deze herkansing, terwijl de opkomst met 59 procent ruim hoger lag dan toen, was maar liefst 67 procent vóór. In 40 van de 43 kiesdistricten zeiden de kiezers nu 'ja'. Foto EPA
Nu het Ierse volk zich als laatste met opvallend grote meerderheid alsnog voor het Verdrag van Lissabon heeft uitgesproken, kan het spel om de Europese 'poppetjes' losbarsten: wie wordt de eerste Europese 'president', wie de eerste 'minister van buitenlandse zaken van de EU', en wie komen er in de nieuwe Europese Commissie?
Maar of dat snel bekend zal worden, hangt af van de Tsjechische president Václav Klaus en het Constitutionele Hof in Tsjechië. Na het Ierse ja moeten alleen de Poolse en Tsjechische president het verdrag nog ondertekenen. De Poolse president Kaczynski heeft beloofd dat nu snel te zullen doen, maar Klaus weigert zolang het hof niet heeft geoordeeld dat het verdrag niet botst met de Tsjechische soevereiniteit.
Klaus zei zaterdag de Ierse uitspraak te 'respecteren', maar te willen wachten op dat oordeel. Het hof wil eerst in november hoorzittingen houden, waardoor het moeilijk wordt het verdrag op 1 januari in werking te laten treden. Dat betekent dat ook de benoemingen van de nieuwe Europese topfunctionarissen en de wijzigingen in de werkwijze van de Unie op zich zullen laten wachten.
De uitslag van het Ierse referendum is opvallend. Vorig jaar juni, toen de Ieren zich ook al over het verdrag uitspraken, stemde 53 procent tegen. In deze herkansing, terwijl de opkomst met 59 procent ruim hoger lag dan toen, was maar liefst 67 procent vóór. In 40 van de 43 kiesdistricten zeiden de kiezers nu 'ja'.
Tegemoetkomingen van de EU-partners, een betere voorlichting over het verdrag en vooral de gevolgen van de economische crisis brachten de Ieren tot deze ommezwaai. Volgens de Ierse premier
Brian Cowen begrepen zijn landgenoten beter dan vorig jaar wat er op het spel staat. ''Het was nu niet het moment om de Europese partners voor het hoofd te stoten.'' Voorzitter José Manuel Barroso van de Europese Commissie sprak van 'een geweldige dag voor Europa'.
Maar hoewel de opluchting in Brussel groot was, ging de vlag nog niet uit. Barroso wacht met het samenstellen van zijn nieuwe commissie, maar hij zei 'er klaar voor te zijn zodra Tsjechië tekent'. Op 31 oktober loopt de termijn van de huidige Commissie af, maar die zal daarna demissionair actief blijven. Op hun top eind oktober zullen de EU-regeringsleiders zich over de situatie buigen.
De grootste aandacht zal de komende tijd echter uitgaan naar de vraag wie - als het verdrag eenmaal van kracht is - de president van Europa wordt. Voor die nieuwe functie circuleren allerlei namen, maar niemand is al voorgedragen of heeft zich kandidaat gesteld.
Meest gehoorde namen zijn die van de Britse oud-premier Tony Blair, de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker én die van Jan Peter Balkenende, die stelselmatig ontkent kandidaat te zijn.
Blair zou kunnen rekenen op steun van de Franse president Sarkozy en de Britse premier Brown, maar nadrukkelijk niet op die van de Duitse kanselier Merkel. Tegen Blair spreekt dat hij socialist is en komt uit een land dat de euro niet voert. Balkenende en Juncker zijn christendemocraten, de grootste politieke groepering in de EU en in het Europees Parlement.
De Beneluxlanden presenteerden zaterdag een profielschets van de toekomstige EU-president. Die moet in elk geval het gewicht hebben van een regeringsleider, stellen zij, 'en aantoonbaar betrokken zijn bij de EU'.
Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken biedt het profiel maandag namens de Beneluxregeringen aan huidige EU-voorzitter Zweden aan. De president wordt de voorzitter van het overleg van de Europese regeringsleiders en internationaal hét gezicht van de EU. Nu wisselt het EU-voorzitterschap nog elk half jaar. (HANS DE BRUIJN)