MADRID - Spanje gaat proberen de identiteit vast te stellen van  slachtoffers van de Burgeroorlog die begraven liggen in een immens mausoleum buiten Madrid. Daar, in de Vallei der Gevallenen, liggen minstens 30.000 mensen begraven. Onder hen is dictator Francisco Franco, die in 1936 de strijd begon die drie jaar zou duren.

Het parlement in Madrid heeft deze week de socialistische regering opdracht gegeven alle stoffelijke resten te identificeren en, indien eventuele familieleden het wensen, over te dragen. De meeste politieke partijen stemden voor, de rechtse Partido Popular (Volkspartij) tegen.

Vooral Franco's Republikeinse tegenstanders liggen in de Vallei begraven. Republikeinse overlevenden van de Burgeroorlog moesten helpen bij de aanleg van het volgens veel Spanjaarden sinistere, in de rotsen uitgehouwen mausoleum, met daarnaast een 150 meter hoog kruis. Er is van 1940 tot 1960 aan gewerkt.

Franco, die 20 november 1975 overleed, beschouwde het monument als een manier om de 'roden' hun verlies in te peperen. Nog jaarlijks komen extreem rechtse Spanjaarden op 20 november naar de Valle de los Caídos voor een eerbetoon aan de caudillo. Het worden er wel steeds minder.

De Spaanse krant El País memoreert dat Franco aanvankelijk helemaal niet van plan was Republikeinen in de vallei te begraven. Hij had er 'zijn' strijders een laatste en eervolle rustplaats willen bezorgen, maar hun nabestaanden voelden daar vaak niets voor. Ze wilden hun geliefden begraven in of dicht bij hun woonplaats.

'Maar het regime had lichamen nodig om de enorme crypte te vullen,' schrijft El País. Franco deed daarop schriftelijk een beroep op gemeenten het mausoleum zo snel mogelijk te voorzien van lijken van franquistas.

Het antwoord luidde in veel gevallen dat de steden alleen beschikten over lijken van 'roden', die in massagraven waren gegooid. Die graven werden in veel gevallen geopend, waarna de stoffelijke resten hun weg vonden naar de Vallei der Gevallenen. Naar de mening van familieleden van de Republikeinen werd in die tijd niet gevraagd. (HET PAROOL)