Chinese burger is vergiftiging milieu beu
08-08-09 11:08 uur
Pas nu wordt voor het eerst op nationaal niveau onderzocht hoe vuil de Chinese lucht, het water en de grond precies zijn, wat er in zit en wie daarvoor verantwoordelijk is. Foto EPA
Boze Chinese burgers komen steeds meer in opstand tegen de overheid die jaren niets deed tegen de milieuvervuiling. Rivieren en grond zijn ernstig verontreinigd en het platteland staat vol met lekkende industrie.
Toen een vijfjarige jongen veel te veel lood in zijn bloed bleek te hebben, wisten de dorpelingen van Shuangqiao het zeker: de fabriek die sinds 2004 aan hun rivier staat, produceert geen onschuldig veevoer maar puur gif. Toen ze er daarna achter kwamen dat de fabriek achteloos zware metalen in het water loosde, werden ze echt kwaad.
Vermoedens waren er al jaren. Sinds de fabriek in bedrijf werd genomen, gebeurden er vreemde dingen. De waterputten begonnen te stinken, op de rivier Xianghe verscheen een olielaag, steeds meer kinderen kampten met groeiproblemen en eenden en kippen gingen dood. Gewassen groeiden er niet meer op de ooit vruchtbare akkers, en voedsel en drinkwater moesten ineens van buiten het dorp komen.
Toen in april een volmaakt gezonde werknemer van de fabriek rare bulten kreeg en binnen een maand overleed, pikten de vierduizend inwoners van het dorp het niet langer. Ze eisten maatregelen van het gemeentebestuur. Die ondernam actie.
Sinds mei krijgt iedereen een 'schadevergoeding' van iets meer dan een euro per dag. Die betalingen zouden op 1 augustus stoppen: reden voor de bewoners om hun protest luider te laten klinken.
Vorige week bestormden duizend mensen het gemeentehuis van het dorp in het midden van China. Het dorpsbestuur had de leiding van de fabriek altijd de hand boven het hoofd gehouden. Zes demonstranten werden gearresteerd, maar dat weerhield de rest er niet van deze week opnieuw te protesteren.
De inwoners van Shuangqiao zijn niet de enigen in China die lijden onder lekkende fabrieken, vuil water en vergiftigde grond. Een derde van het water in de bijna 5500 kilometer lange Gele Rivier is, dankzij geloosd fabrieksafval, ongeschikt als drinkwater of voor de bevloeiing van het land.
In Jilin, een stad in Noordoost-China, zijn al meer dan 1200 bewoners in het ziekenhuis beland sinds een chemische fabriek daar begin dit jaar begon te draaien. De symptomen: ademhalingsproblemen, verlies van bewustzijn en tijdelijke verlamming.
In Da Shu Xian (Land van de Grote Boom), een regio in Midden-China, staat geen boom meer overeind dankzij vervuiling door een grote sulfaatmijn. Ook hier kampen omwonenden met gezondheidsproblemen.
Toch lijkt het tij te keren. Terwijl gemeentebesturen vooral denken aan het snelle geld dat de zware industrie oplevert, laat de regering in Peking een groeiend 'groen bewustzijn' zien. Er is zelfs een nieuw ministerie opgericht: dat van Milieubescherming.
Boegbeeld is staatssecretaris Pan Yue. Hoe groot de problemen precies zijn, is niet duidelijk.
Pas nu wordt voor het eerst op nationaal niveau onderzocht hoe vuil de Chinese lucht, het water en de grond precies zijn, wat er in zit en wie daarvoor verantwoordelijk is.
''We zijn fout geweest door te denken dat economische groei boven alles gaat,'' zei Pan Yue in staatskrant China Daily. Zulke zelfkritiek is zeldzaam onder Chinese autoriteiten.
''In twintig jaar hebben we onszelf honderd jaar aan milieuproblemen bezorgd. Dat moet anders.
Met behulp van de bevolking gaan we de milieuvervuilers aanpakken.''
In Shuangqiao greep de regering in toen het gemeentebestuur dat weigerde. Afgelopen week, daags voordat de dorpelingen opnieuw wilden gaan protesteren, sloot Peking de fabriek. De directie is gearresteerd en het hoofd van het lokale milieubureau is ontslagen.
Voor de drie doden die zijn gevallen door het cadmium dat uit de fabriek lekte, is dat te laat. Volgens de autoriteiten vertonen 509 anderen ernstige vergiftigingsverschijnselen.
2300 inwoners wachten nog op hun medische tests. Er is geen gezin meer in Shuangqiao waar iedereen gezond is. Bodemproeven hebben aangetoond dat de ooit vruchtbare akkers voor minstens zestig jaar onbruikbaar zijn. (HET PAROOL)