Vrouwen willen macht in Kaboel
06-08-09 11:25 uur
Frozan Fana op een beschadigde verkiezingsaffiche in Kaboel. Foto AP
Aan de verkiezingen voor het presidentschap op 20 augustus in Afghanistan doen twee vrouwen mee. Daar is moed voor nodig, ook al maken ze geen schijn van kans.
In een land waar de meeste vrouwen alleen de deur uitgaan in een boerka, draagt Shahla Atta helderroze nagellak, maakt ze haar ogen op en wil ze de volgende president van Afghanistan worden. Atta (42) is één van de twee vrouwen onder de meer dan dertig kandidaten die elkaar het presidentschap betwisten - een vrijwel onmogelijke en zelfs gevaarlijke onderneming.
Geen van beiden maakt er veel kans op president Hamid Karzai bij de verkiezingen van 20 augustus uit het zadel te wippen. Maar alleen al dat Atta openlijk campagne voeren en overal in Kaboel foto's van haar ongesluierde gezicht op de muren plakken, is een prestatie op zich.
Frozan Fana (40), de andere vrouw in de verkiezingsstrijd, heeft tot dusverre niet veel openlijk campagne gevoerd. Haar running mate, Mohammad Nasim Darmand, zegt dat hij en andere mannelijke afgevaardigden in haar plaats naar verkiezingsbijeenkomsten zijn gegaan. Fana heeft vooral binnenskamers campagne gevoerd, met geselecteerde aanwezigen. ''De Taliban zijn tegen iedereen, man of vrouw, maar vrouwen zijn makkelijkere doelwitten,'' zegt Kharokhel.
Atta, die parlementslid is, zegt dat vrouwen het politieke systeem kunnen hervormen dat nu wordt gedomineerd door vriendjespolitiek en corruptie. ''Dat komt de mensen de strot uit. Miljarden zijn verkwist,'' zegt Atta in haar verkiezingshoofdkwartier. ''Mijn kleinkinderen zullen al oud zijn eer Karzai daaraan een einde maakt. De verandering zal van vrouwen moeten komen.''
Fana is wat bedeesder, en verwijst al gauw naar haar mannelijke assistenten als het op politiek aankomt. Ze kleedt zich ook conservatiever. Ze zegt dat ze campagne voert omdat haar werk als arts haar heeft geleerd hoezeer de Afghanen lijden.
Geen van beide kandidaten heeft evenwel de zwier van Massoeda Jalal, de eerste vrouw die in 2004 aan de presidentsverkiezingen deelnam. Ze eindigde met 1,1 procent van de stemmen op de zesde plaats in een veld van achttien kandidaten, en was vervolgens korte tijd minister van Vrouwenzaken. Fana en Atta zullen dit keer ergens onderaan eindigen, wordt verwacht.
Ze krijgen ook niet de steun van alle vrouwen. De Beweging van Afghaanse Zusters steunt met zestienduizend leden Ashraf Ghani, een man die ook weinig kans maakt, maar die wel sterk opkomt voor vrouwenrechten, zegt Homaira Haqmal, die de beweging in het leven riep. ''Veel vrouwelijke parlementsleden hebben hun verkiezing te danken aan de krijgsheren of aan de politieke machinerie. Ze hebben geen vrijheid van spreken, het zijn geen beslissers,'' zegt Haqmal, hoogleraar rechten en politicologie.
Volgens Haqmal moet de echte strijd voor vrouwenrechten in de provincie worden gevoerd, waar vrouwen zelfs moeten vechten om te mogen gaan stemmen. Daarom zijn in de provinciale raden tientallen zetels die voor vrouwen zijn gereserveerd in het verleden onbezet gebleven. De Zusters hebben daarom een carpoolsysteem opgezet om vrouwen naar de stembus te brengen die van hun man niet alleen de deur uit mogen. (HEIDI VOGT)