Europarlement houdt sceptici in de marge
20-05-09 11:24 uur
Overal in de EU rukken de Eurosceptici op. In het Europees Parlement komen ze er amper aan te pas, maar hun retoriek wordt deels wel overgenomen door de middenpartijen. 'Say no,' staat in zwierige letters boven de website van de Britse UK Independent Party. 'Minder Brussel' kopt de Nederlandse SP. 'Deze verkiezingen zijn illegaal,' roept de Franse RPF. Nooit eerder was bij Europese verkiezingen het anti-Europese geluid zo duidelijk hoorbaar als nu.
De betiteling 'Euroscepticus' is zowel ter uiterste rechter- als linkerzijde van het politieke spectrum een geuzennaam geworden. In veel landen hebben kiezers genoeg van wat de bedilzucht van de Brusselse bureaucratie wordt genoemd, en dat vertaalt zich in groeiende populariteit van Eurosceptische partijen.
In Nederland zullen PVV en SP volgens de peilingen elk ongeveer drie zetels halen, samen eenvijfde van het Nederlandse quotum in het Europarlement. Het klinkt indrukwekkend, maar op een totaal van 736 parlementariërs kun je je afvragen in hoeverre hun Nederlandse geluid ook gehoord gaat worden.
''Eurosceptici zullen geen rol van betekenis spelen in de besluitvorming in het parlement,'' zegt vertrekkend GroenLinks-Europarlementariër Joost Lagendijk onomwonden. ''Zij roepen alleen maar.'' En de grote politieke families - christendemocraten, socialisten en liberalen - doen er alles aan om dat zo te houden.
Begin juli zal het nieuwgekozen parlement zich moeten uitspreken over een voorstel om de regels voor fractievorming te verscherpen. Zijn nu nog twintig leden uit vijf landen nodig om een fractie te kunnen vormen, als het aan de christendemocraten en socialisten ligt worden dat minimaal dertig leden uit zeven landen.
Fractievorming telt, omdat plenaire spreektijd en voorzitterschappen van commissies worden toegekend naar grootte van de groep. Wie te klein is om een fractie te vormen, grijpt ernaast. Veel kleine partijtjes in het EP zijn Eurosceptisch en zij zien dit als een groot complot van de gevestigde machten.
De Eurosceptici proberen zich dan ook te bundelen, maar dat is tot nog toe geen onverdeeld succes gebleken. Het parlement telt twee fracties van Eurosceptische splinterpartijtjes - Onafhankelijkheid en Democratie, waar ook ChristenUnie en SGP met elk één lid toe behoren - en de Alliantie voor een Europa van de Naties.
De eerste telt 32 leden, de tweede 44, maar samen omvatten zij wel een twintigtal partijtjes. En dan zijn er nog dertig leden die geen fractie hebben kunnen vormen en er in hun eentje of in kleine groepjes zitten. De Europese 'tegenbeweging' kenmerkt zich dus vooral door een grote mate van versplintering.
Gevolg is dat hun invloed marginaal is. De Brit Robert Kilroy-Silk mag dan wel de grootste vragensteller van het parlement zijn (1900 vragen aan Europese Commissie en Raad van Ministers), een wezenlijke bijdrage heeft hij nooit geleverd. Het Eurosceptische geluid wordt al gauw door een golf van Eurofilie overstemd.
Het is onjuist om alle Eurosceptici over één kam te scheren. Er is de UK Independent Party, die vindt dat Groot-Brittannië de EU zo snel mogelijk moet verlaten, maar de meeste anderen zijn veeleer Eurokritisch. Zij willen lid blijven van de EU, maar die een veel kleinere rol geven in het dagelijks leven van de Europeanen.
Voor groeperingen als de Nederlandse PVV, het van oorsprong Ierse Libertas of de Vlaamse Lijst De Decker - alle Eurokritisch - komt het erop aan medestanders te zoeken en zo groot mogelijke fracties te vormen. Met als nadeel dat je eigen geluid altijd wat verwaterd doorklinkt.
Eén ding hebben zij al bereikt: de grote centrumpartijen zijn Eurokritischer geworden dan ooit. Ook in ons land. De lijsttrekkers van CDA en VVD slaan taal uit over Europa die hun voorgangers vijf jaar geleden niet uit hun mond kregen. Het 'kies voor Nederland' van de PVV heeft zo al een behoorlijke fall-out.
Zelfs een PvdA-Europarlementarier, de vertrekkende Dorette Corbey, zei onlangs 'dat de sceptici deels wel gelijk hebben'. De EU bemoeit zich met te veel en de controle op die macht is onvoldoende, vond ook zij. De vraag is hoe snel de grote partijen dat, als zij straks op het pluche zitten, weer zullen vergeten. (HANS DE BRUIJN)