*

Aanmelden
parool.nl
Vrij, Onverveerd

Relus ter Beek (1944 - 2008): Een bourgondiër met een links hart

29-09-08   10:58 uur

Ter Beek als kamerlid in 1977. Foto ANP
Ter Beek als kamerlid in 1977. Foto ANP
In 2000, bij het onderzoek over de politiele besluitvorming rond 'Srebenica'. Foto ANP/Marcel Antonisse
In 2000, bij het onderzoek over de politiele besluitvorming rond 'Srebenica'. Foto ANP/Marcel Antonisse

ASSEN - Vanmorgen vroeg is in zijn woonplaats Assen de PvdA'er Relus Ter Beek overleden. Hij is 64-jaar oud geworden.

In augustus 1996 zwaaide de laatste lichting dienstplichtige militairen van de twintigste eeuw af. Na hen hoefden er geen jongemannen meer verplicht in dienst. Nederland had voortaan een beroepsleger. Die ingrijpende verandering in het defensiesysteem was voor een belangrijk deel het werk van Relus ter Beek, die een paar dagen voor de val van de Berlijnse Muur was aangetreden als minister van Defensie en niet veel later de consequenties trok uit de verdwijning van het Warschaupact.

In 1993 nam het derde kabinet-Lubbers het besluit de dienstplicht vanaf 1996 op te schorten (niet af te schaffen, want je wist maar nooit), flink op defensie te bezuinigen en vaker legereenheden uit te zenden op vredesmissies. En dat alles op voorstel van Ter Beek, die zelf nooit in militaire dienst had gehoeven omdat twee oudere broers van hem de kastanjes al uit het vuur hadden gehaald.
Het ministerschap was de bekroning van een politieke carrière waarin Ter Beek van de uiterste linkervleugel van de PvdA was opgeschoven naar het midden. Een echte fundamentalist was hij overigens nooit geweest. Als Nieuw-Linkse student koesterde hij weliswaar een aantal radicale standpunten, maar anders dan veel van zijn generatiegenoten van destijds vond hij toen al dat Nederland in de NAVO moest blijven. Weliswaar kon hij tijdens zijn achttien jaar durende Kamerlidmaatschap nu en dan fel uithalen, ook naar partijgenoten die in zijn ogen fout handelden of dachten, even later leek zijn boosheid dan weer verdwenen en kon hij weer schaterlachend een mop tappen, want ook humor en relativeringsvermogen behoorden tot zijn persoonlijke uitrusting.

Ook in andere opzichten was hij een man van schijnbare tegenstellingen. Voor linkse rakkers waren hockeyen en golfen lange tijd taboe, maar niet voor Relus. En van een bourgondische levensstijl was hij ook bepaald niet vies. Vooral in zijn laatste functie, als commissaris van de koningin in zijn geliefde Drenthe, ging hij als een goedmoedige, joviale Olivier B. Bommel door het leven.

STUDIE
Aurelus Louis ter Beek kwam op 18 januari 1944 in Coevorden ter wereld in een rood nest, als derde zoon in het gezin van een 'ziekenfondsbode', een functionaris die langs de deuren ging om de wekelijks of maandelijks te betalen ziekenfondspremies te innen. Hij was het eerste kind dat naar de hbs mocht en daarna de gelegenheid kreeg een universitaire studie te volgen. In Amsterdam, waar hij zich inschreef voor politieke en sociale wetenschappen, besloot de achttienjarige Ter Beek lid te worden van de PvdA en de linkse studentenvereniging Politeia. Al snel namen de politiek en het bruisende studentenbestaan in zijn leven een grotere plaats in dan de studie: in acht jaar kwam hij niet verder dan zijn kandidaatsexamen.

Aangestoken door het linkse activisme van de jaren zestig besloot Relus op een dag in 1965 met een vriend dat dit ook in hun woonplaats Coevorden maar eens vorm moest worden gegeven. Het tweetal, dat samen het actieblad De Rooie Drentse Courant maakte, plaatste een bord met antimilitaristische teksten bij het Coevordense standbeeld van generaal Van Heutz, die eind negentiende eeuw bloedig had huisgehouden in Nederlands-Indië. Het leverde hen een boete op van vijftig gulden.

In 1968 werd Relus ter Beek voorzitter van de PvdA-jongerenorganisatie, hetgeen hem ook in het partijbestuur bracht. Daar manifesteerde hij zich als representant van de Nieuw-Links beweging, die de partij ideologisch wilde opschudden.
Na een kortstondige baan bij de VARA kwam Ter Beek in 1971 als 27-jarige in de Tweede Kamer. Begin dat jaar was hij ook nog internationaal secretaris van de PvdA geworden, een prestigieuze functie waarbij veel contacten met zusterpartijen elders in de wereld werden onderhouden.
Ook in het parlement ontwikkelde Ter Beek zich als specialist op het gebied van de buitenlandse politiek en ten tijde van het kabinet-Den Uyl (1973-1977) kruiste hij in die hoedanigheid geregeld de degens met zijn partijgenoot en minister van Buitenlandse Zaken Max van der Stoel.
Gedurende zijn achttienjarig Kamerlidmaatschap kreeg Ter Beek de meeste bekendheid als de man die vanuit de PvdA het verzet leidde tegen plannen als de levering van reactorvaten aan Zuid-Afrika en de plaatsing van kruisraketten in Woensdrecht. Ook was hij een groot voorstander van boycotacties tegen het toenmalige Zuid-Afrikaanse apartheidsbewind.

Hij genoot van het politieke spel en het verzinnen van varianten en compromissen. Zijn motto was naar eigen zeggen altijd: 'Bij de les blijven, nooit denken dat de buit binnen is. En tegenslag moet je aanwenden om in de volgende ronde sterker voor de dag te komen.' In de loop van de jaren tachtig werd hij daarbij overigens steeds meer een politieke realist.

Bij het aantreden van het derde kabinet-Lubbers poseerde Relus ter Beek apetrots als minister van Defensie op het bordes van Huis ten Bosch, links achter koningin Beatrix. Sommige generaals hielden hun hart vast, maar Ter Beek wist vrij snel hun vertrouwen te winnen. Naar buiten toe kwam hij in het begin als minister enigszins geblokkeerd over, alsof hij opeens elk woord op een goudschaaltje woog. De zwierigheid die hem altijd had gekenmerkt, leek opeens verdwenen. Pas nadat hij goed was ingewerkt, werd hij wat losser. Begin 1991 eisten zijn levensstijl en de stress van de uitgebroken Golfoorlog na de Iraakse bezetting van Koeweit (waaraan de Nederlandse marine en landmacht op afstand ook een aandeel leverden) hun tol. Wegens hartklachten moest Ter Beek een maand rust houden. Jan Pronk verving hem.

Na zijn ministerschap, waarin hij aan het slot ook nog de verantwoordelijkheid had genomen voor de uitzending van troepen naar Srebrenica, keerde hij in 1994 nog een half jaar terug als Kamerlid. Op 1 januari 1995 mocht hij echter zijn partijgenote Margreeth de Boer opvolgen als commissaris van de koningin in Drenthe.

Tijdens deze thuiswedstrijd had hij het zeer naar zijn zin, maar ook nu gooiden lichamelijke klachten roet in het eten. In 1999 manifesteerde zich een kwaadaardig gezwel in de mondholte. Hij werd er succesvol aan geopereerd en ging weer aan de slag, maar in de zomer van 2008 werd er longkanker bij hem geconstateerd. Begin dit jaar had hij bij de viering van zijn 64ste verjaardag nog gezegd dat hij dolgraag na zijn 65ste nog een aantal jaren in functie wilde blijven ''want dit werk is m'n lust en m'n leven''. Die wens kon echter tot zijn verdriet niet in vervulling gaan. (DICK VAN RIETSCHOTEN)



BINNENLAND

Alles over


GESPONSORDE LINKS


PAROOL NIEUWSBRIEF

Elke middag gratis de hoogtepunten uit het nieuws in uw mailbox?

U kunt zich voor deze service van Het Parool opgeven via parool.nl/lunchnieuws.
De Persgroep Digital
© 2014 - Alle rechten voorbehouden