Korfbalhistorie compleet verbrand
02-08-08 11:00 uur
Veertig jaar woonde Adri Zwaanswijk in het huis uit 1730. In die tijd bezocht hij 54 landen als korfbaltrainer en promotor van de sport. Foto Klaas Fopma
AMSTERDAM - De ramen van het monumentale pand aan het Singel 377 zijn dichtgetimmerd. De brievenbus is beplakt met plakband en aan de deur zit een groot hangslot. Binnen ligt een enorme stapel verkoolde spullen. Het stinkt er nog steeds naar de brand die twee weken geleden alle bezittingen van Adri Zwaanswijk vernietigde. ''ik ben alles kwijt, mijn verleden is weg.'' En daarmee verdween ook een belangrijk gedeelte van de internationale korfbalgeschiedenis.
De 79-jarige Zwaanswijk, beter bekend als Zwaan, was de eerste Nederlandse korfbalbondscoach in 1976. Hij korfbalde sinds zijn twaalfde. ''Een leraar zag dat ik de bal in één keer in het mandje wierp. Later werd ik Nederlands kampioen. Vanaf toen heb ik mijn hele leven gewijd aan het internationaal verspreiden van het korfbal. De sport werd in 1901 in Nederland bedacht. De eerste wedstrijd was in de Kalverstraat in Amsterdam. Maar ook de foto van die wedstrijd, uit 1902, is verbrand.''
Door de brand is Zwaan alles kwijt. Twee kisten vol trofeeën en de medaille van de koningin die hem eert in de Orde van Oranje Nassau. ''Die heb ik nooit gedragen, maar het is toch jammer dat hij weg is. Het is een soort bewijs dat je niet mislukt bent.''
Veertig jaar woonde Zwaan in het huis uit 1730. In die tijd bezocht hij 54 landen als korfbaltrainer en promotor van de sport. ''Dat er in Azië, de Verenigde Staten en Canada gekorfbald wordt, is aan mij te danken. Korfbal en spelvreugde is zo belangrijk voor mensen. Het is pure emancipatie dat mensen korfballen in landen als Pakistan en Nepal. Er doen nu vrouwen aan sport daar.'' (Korfbal wordt altijd in een gemengd team van vier vrouwen en vier mannen gespeeld).
Tussen de verkoolde resten staat een stapeltje gesmolten gele plastic korfbalmanden. Zwaan heeft ze uitgevonden, omdat de rieten mandjes altijd te hoog of te laag hingen. Nu is hij internationaal leverancier van alles wat men maar nodig kan hebben bij het korfbal en bedenker van ideeën om de sport te verbeteren.
Zwaan slaat een noot aan op de antieke piano in het huis, die ook weggegooid kan worden, net als zijn schilderijen, zevenhonderd boeken en vierhonderd gedichten. ''Maar ik heb me erbij neergelegd, het heeft geen zin te treuren. Ik denk er niet te veel aan. Als ik ga slapen doe ik mijn ogen dicht en ben ik bewusteloos, en anders neem ik een glas wijn. Het eerste wat ik dacht toen ik de schade zag, was: waar moet ik nu slapen. Dus ik besloot naar het hotel in de Spuistraat om de hoek te gaan, in mijn eigen buurtje. Hier kan ik 's avonds een biertje drinken met mijn vrienden.''
Zwaanswijk loopt wat moeilijk vanaf het hotel waar hij tijdelijk logeert de 300 meter richting het huis aan het Singel. ''Over drie weken word ik aan mijn knie geopereerd. Eigenlijk is het een geluk bij een ongeluk, want ik moet twee maanden in het ziekenhuis liggen. Gratis. Maar daarna wil ik weer terug naar mijn eigen huis. Ik word al wat ouder, maar ik wil honderd worden. Het zal nog zeker anderhalf jaar duren, maar het wordt weer mooi. Ik heb het me voorgenomen, dus het gaat gebeuren. Over twee jaar woon ik weer hier.'' (OLGA KETELLAPPER)