Portret van Willibrord Davids
03-02-09 10:06 uur
De zeventigjarige Willibrord Davids had met zijn vrouw plannen genoeg om niet in een zwart gat te vallen toen hij in november terugtrad als president van de Hoge Raad, het hoogste rechtscollege. Bezoekjes aan toneelstukken. Spaanse, Italiaanse of Franse films kijken. Wandelingen in de polder of de Pyreneeën.
Al die plannen kunnen even de ijskast in. Op verzoek van premier Balkenende stelt Davids een commissie samen die de onderste steen boven moet halen in het Irakdossier. Voor november moet de commissie-Davids klaar zijn.
Davids was de tweede van zes kinderen uit een Rotterdams katholiek gezin, een onderwijsfamilie. Zijn vader was leraar klassieke talen, zijn moeder lerares geschiedenis. Nu mag hij alsnog een beetje in de rol kruipen die hij als jongetje ambieerde: die van journalist.
Na zijn studie rechten ging Davids in 1965 aan de slag als kandidaat-notaris. Hij werkte in het wetenschappelijk onderwijs, om in 1979 aan te treden als rechter-plaatsvervanger in Assen. Bij die rechtbank klom hij op tot rechter en vicepresident.
In 1986 werd hij benoemd tot raadsheer bij de Hoge Raad. Daar werkte hij uiteindelijk 22 jaar, waarvan de laatste 4,5 jaar als president. (HET PAROOL)