Binnenland Bewaar

'Nederlander weet niet wat huidige krijgsmacht allemaal doet'

Voormalig Commandant der Strijdkrachten Peter van Uhm op de militaire vliegbasis in Gilze-Rijen.
Voormalig Commandant der Strijdkrachten Peter van Uhm op de militaire vliegbasis in Gilze-Rijen. © ANP

De samenwerking van Defensie met burgerorganisaties, het zogeheten civiel-militaire werk, zou veel meer bekendheid moeten krijgen bij het grote publiek. 'Veel Nederlanders weten eigenlijk niet eens wat de huidige krijgsmacht allemaal doet', stelde luitenant-kolonel Jan Vonk, commandant van het 1 CIMIC Bataljon, vandaag in Rotterdam tijdens een thema-avond over het civiel-militaire werk.

Zijn bataljon oefent vanaf donderdag 3 dagen in het centrum van de stad. De 200 militairen die daarvoor in touw zijn, oefenen het herstel van het openbare leven in de stad na een overstroming van de Maas. De operatie wordt uitgevoerd door beroepsmilitairen en reservisten.

'Soms heerst nog het beeld uit de Koude Oorlog. Maar het leger is aanzienlijk veranderd en dat moet en mag de bevolking weten', aldus Vonk. Hij wees de toehoorders op de toegevoegde waarde van civiel-militaire samenwerking. Die wordt steeds meer een onderdeel van Defensie. En mensen moeten dat weten om zo ook draagvlak te houden voor het belastinggeld dat daaraan wordt uitgegeven, lichtte Vonk toe.

'De Koninklijke Landmacht vecht voor vrede en veiligheid. Het CIMIC Bataljon doet in dat gevecht mee door de civiele omgeving in het militaire besluitvormingsproces te betrekken, want uiteindelijk is een nauwe samenwerking tussen leger en civiele organisaties onmisbaar voor het succes van militaire missie.'

'En onbekend maakt onbemind', stelde veiligheidsadviseur Leonard Hogerbrugge van het ministerie van Buitenlandse Zaken. 'De samenwerking met onder meer Ontwikkelingssamenwerking, de Verenigde Naties, humanitaire organisaties en het Minsterie van Buitenlandse Zaken tijdens missies is van groot belang.' Volgens Hogerbrugge hebben civiel-militaire operaties de toekomst. 'Het ministerie van Buitenlandse Zaken en het ministerie van Defensie kunnen het niet alleen. De uitdaging is om andere organisaties en elkaar in de voorbereiding nog beter te leren kennen."