Is dat onze Job?
29-05-10 18:00 uur
PvdA-leider Job Cohen woensdag tijdens het verkiezingsdebat in Carré. Foto ANP
'De politiek is een onzuiver bedrijf, dat zie je in verkiezingstijd in verhevigde mate. Daar is Job Cohen niet tegen opgewassen,'' zegt een PvdA-veteraan. ''In dat theaterstuk komt hij, als nette vent met goede ideeën, niet tot z'n recht.
Maar wat kiezen we: de beste debater of de fatsoenlijkste bestuurder?'' Cohen de lijsttrekker, het is wennen.
Amsterdammers hebben hem eigenlijk nooit horen hakkelen. Aarzelen, ja, secundair in zijn reacties, zeker, maar struikelen over woorden, zinnen niet afmaken: zo kennen we hem niet. De transformatie van burgemeester naar partijleider, in maart als bij toverslag geregeld, lijkt mislukt te zijn als hij in dertig seconden het koopkrachtplaatje uiteen moet zetten.
Het duurt even, zeggen Amsterdamse vrienden met sporen op het Binnenhof, voordat je doorhebt hoe grimmig de Haagse wereld kan zijn.
Normaal gesproken blijft nooit iets aan hem kleven; nu is er de succesvolle spin dat hij niets van economie weet en de cijfers niet paraat heeft.
Tegen dat beeld moet hij optornen en dat leidt ertoe, zoals deze week bij RTL, dat hij een open doekje krijgt als hij Femke Halsema een cijfer kan aanreiken. De toevoeging 'Het is heel belangrijk dat we dat uit ons hoofd weten' was een ironisch pareltje, maar niet maatgevend voor zijn gevatheid in het debat.
''Je kunt hem geen kunstje leren,'' zegt een voormalige naaste medewerker.
''Dat is tegelijk zijn zwakte en zijn kracht. Je kunt hem niet kneden in simplisme.''
De oneliner - wie er drie goed plaatst, is volgens de bekende politiek analist Huub Stapel winnaar van het debat - is niet het fort van Job Cohen. Wie van bij elkaar houden een levenshouding heeft gemaakt, is niet van de ondiplomatieke puntigheden, laat staan van de aanval. ''Hij kan nog net tegen Wilders zeggen dat de rechtsstaat bij hem niet in goede handen is, maar Rutte kielhalen in enkele woorden? Vergeet het maar.''
Het is zijn stijl om tussen kemphanen in te springen, niet om er een te zijn. En dat wordt nu van hem gevraagd, wat een fundamentele onzekerheid teweegbrengt. Een risicomijdende bestuurder als hij komt hier niet uit de verf en is niet opgewassen tegen hogere debattechnieken als die van Wilders: weglopen en een wegwerp gebaar maken.
Het burgemeesterschap van Amsterdam verschafte Cohen een staatsmannenimago, dat hem in 2003 al bijna in het Torentje bracht, toen Wouter Bos hem wilde laten meeliften als de gedroomde premier.
Nu diezelfde Bos het aan Cohen zelf heeft overgelaten, is van die Obama-achtige glans niet veel over.
Terwijl de PvdA dacht Cohen in een wat bredere context binnen te brengen, als het linkse antwoord op Wilders bij voorbeeld, zit hij onverwacht in een technocratische blur waar hij weinig mee opheeft. En dan moet hij, als iemand die zich niet gemakkelijk ergens uit lult, ook nog tussentijdse aanpassingen van het verkiezingsprogramma verkopen, wat hij overigens ruiterlijk deed: ''Dit zal me niet nog eens een keer overkomen.''
Het is de vraag of zijn campagneteam - Ploumen, Samson, Van Dam, de oude garde van Bos - een gunstig effect heeft op zijn uitstraling.
Zij zullen, anders dan in Amsterdam klinkt, hem niet direct adviseren vooral zichzelf te blijven. Iemand als Adnan Tekin, die bij het Amsterdamse kabinet van de burgemeester werkt en onbetaald verlof heeft genomen om z'n oude baas bij te staan, komt er in dit Haagse wereldje nauwelijks aan te pas.
En zo mogen we, schreef Jan Blokker deze week, niet eens meer vinden dat Cohen het soms ook behoorlijk goed doet, het idée reçue waar Elsevier-hoofdredacteur Arendo Joustra zich overigens niets van aantrok: hij schreef dat Cohen veel verstandige dingen zegt, 'vanuit een links gedachtengoed bezien'.
Het lijkt erop dat de PvdA de compassiekaart speelt: ''In toenemende mate vinden media het erg voor hem.'' Dat geluid was ook na het lijsttrekkersdebat van de grote vier te horen: de kiezers gaan vanzelf rond Cohen staan als de anderen lelijk tegen hem blijven doen.
Maar dat bleek gisteren allerminst op Pinkpop, waar
het publiek met een fluitconcert liet horen niet voor hem te zijn gekomen. Enkele uren eerder had zijn campagneteam geprobeerd hem neer te zetten als een witte raaf: ''De bedachtzame, soms aarzelende Cohen is precies wat mensen willen: een serieuze man, voor wie politiek niet een debatspelletje is, maar een project om Nederland beter te maken.''
En Cohen zelf? ''Hij is er op z'n Cohens vrij nuchter onder,'' zegt een ex-medewerker. ''Hij kan wel om zichzelf lachen. Maar wat als ze verder kelderen?'' (ALBERT DE LANGE)