Fossiel van een neanderthaler ontdekt
16-06-09 10:49 uur
Kenmerkend is de dikke wenkbrauwboog van de neanderthaler, die van wetenschappers de naam Krijn heeft gekregen. Foto GPD
LEIDEN - Voor het eerst is in Nederland een fossiel van een neanderthaler ontdekt. Het meer dan 40.000 jaar oude stukje schedel van een jonge man is gevonden langs de Zeeuwse kust en is afkomstig van de Noordzeebodem.
De vondst werd gisteren gepresenteerd door minister Ronald Plasterk (Wetenschap) in het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) in Leiden.
In het door een amateurpaleontoloog gevonden botfragment zit een kleine holte, veroorzaakt door een goedaardige tumor. Kenmerkend is de dikke wenkbrauwboog van de neanderthaler (een mensachtige die tussen 250.000 en 30.000 voor Christus in Europa leefde), die van wetenschappers de naam Krijn heeft gekregen. De jonge Zeeuw moet ongeveer twintig jaar zijn geweest toen hij stierf.
Uit onderzoek naar de samenstelling van het bot is gebleken dat de man voornamelijk vlees at, net als andere neanderthalers. De onderzoeksresultaten worden gepubliceerd in het tijdschrift Journal of Human Evolution.
Volgens prof. dr. Roebroeks van de Rijksuniversiteit Leiden is de vondst het bewijs dat de bodem van de Nederlandse kustwateren unieke archeologische voorwerpen herbergt. Het bot is namelijk door een amateurarcheoloog gevonden tussen schelpen die zijn opgezogen bij het Middeldiep, een plek vijftien kilometer voor de Zeeuwse kust.
Roebroeks: ''We hebben de laatste tientallen jaren vaak stenen werktuigen van neanderthalers en botten van dieren waarop zij jaagden uit de Noordzee opgevist. Er zijn zelfs al botten gevonden waarop sporen van de jacht zichtbaar waren. Maar tot nog toe hadden we geen enkel spoor van de neanderthaler zelf. ''
Hoewel het om een betrekkelijk klein stukje van de schedel gaat, een deel van de wenkbrauwboog, heeft onderzoek in het Max Planck instituut in Leipzig al veel details onthuld.
Bekend is dat het om een jonge man gaat die ongeveer 50.000 jaar geleden rondzwierf door de enorme West-Europese laagvlakte. Die omvatte grote delen van West Nederland, en België en liep tot aan de kust van Engeland. Omdat er in de enorme ijskappen en gletsjers die grote delen van Noord-Europa bedekten, veel vocht was opgeslagen, lag de zeespiegel ongeveer tien meter lager dan nu. Engeland en West-Europa waren daardoor met elkaar verbonden.
Krijn was een carnivoor. Uit isotopenonderzoek blijkt dat vlees van grote grazers, rendieren, mammoeten, zijn belangrijkste dieet vormde. Krijn was verder redelijk gezond, alleen had hij last van een goedaardige tumor die sporen heeft achtergelaten in het bot.
Het had overigens weinig gescheeld of deze belangrijke vondst was voorgoed verloren gegaan. De man die het in 2001 tussen de schelpen had aangetroffen, bewaarde het samen met andere stukken bot en steen in een emmer. ''Kijk jij hier eens naar,'' zei hij in 2002 tegen een vriend. ''Misschien zit er nog iets voor je bij; morgen gooi ik het weg.''
De vriend zag dat het stukje bot zodanig afweek van de rest dat hij het apart hield. Het werd vervolgens door een Belgische paleontoloog herkend als een bot van een mensachtige. (JOOST VERMEULEN)