*

parool.nl
Amsterdam,  
Parool.nl mobiel Word vriend van Het Parool op Facebook

Gedreutel van schaatsende meute in Rijks

12-01-10   10:36 uur
Hendrick Avercamp, Winterlandschap met schaatsers. Circa 1608. Foto Rijksmuseum Amsterdam
Veel actueler kan een tentoonstelling niet zijn. Nu  we tot op onze enkels in de sneeuw banjeren, presenteert het Rijksmuseum een overzicht van Hendrik Avercamp, de eerste schilder die zich specialiseerde in het ijsgezicht.

Sneeuw en ijs verbroederen. Dat weten sleeënde kinderen, glibberende fietsers en twitterende automobilisten in voortkruipende files. Het witte landschap zorgt voor sneeuwstress, maar de besneeuwde openbare ruimte en de bevroren wateren maken ook de homo ludens in ons wakker. Hendrick Avercamp zag het om zich heen en wijdde er zijn hele ­oeuvre aan.

In de tijd van Avercamp (1585-1634) waren de strenge winters veel talrijker dan nu. Hij leefde middenin een periode die de Kleine IJstijd wordt genoemd en was getuige van diverse barre winters. Ze moeten een onuitwisbare indruk hebben gemaakt en niet alleen in positieve zin. Er waren veel sterfgevallen, vooral onder arme kinderen.

Maar Avercamp, die volgens de bronnen doofstom was, concentreerde zich op de vrolijke kanten van de winter. Er is op zijn schilderijen van alles te ontdekken. Zwierende paartjes, kinderen op een prikslee, hippe dames die de bevroren sloot zien als catwalk om de laatste mode te tonen. Avercamp had een goed oog voor kleine gebaren die nog steeds herkenbaar zijn. Mensen die hun gezicht beschermen tegen de kou of in hun handen blazen om ze te verwarmen. Wie heeft de afgelopen dagen niet zo door de stad gelopen?

Met zichtbaar plezier verwerkte Avercamp ook allerlei kluchtige details in zijn schilderijen. Piesende mannetjes. Een liefdespaar in een hooimijt. Vrouwen die op het ijs zijn uitgegleden en die nu met opgestroopte rokken op het ijs liggen, zodat hun billen zichtbaar zijn. Consternatie rond enkele figuren die door het ijs zijn gezakt. Een poepend mannetje staat op het punt te worden bekogeld door een verdekt opgestelde, sneeuwballen gooiende jongen. Dat werk.

Duistere kanten van het winterse leven
Hier en daar komen ook de duistere kanten van het winterse leven naar voren. Op diverse schilderijen liggen kadavers van paarden op het ijs. Zoals de vanitasstillevens met schedels uit die tijd, herinneren deze skeletten aan de tijdelijkheid van het aardse bestaan. Keurige heren spelen kolf terwijl bedelaars om een aalmoes vragen. Op de ijsvlaktes van Avercamp komen alle rangen en standen bij elkaar. Het is nog steeds een mooi thema, maar hoe kwam de schilder eraan?

Het antwoord is een combinatie van slim afkijken en een haarfijn gevoel voor wat we nu 'een gat in de markt' zouden noemen. Toen Avercamp kort na 1600 vanuit Kampen naar zijn geboorteplaats Amsterdam terugkeerde, kreeg het kunstklimaat nieuwe impulsen vanuit de Zuidelijke Nederlanden. Daar had Pieter Brueghel enkele decennia eerder een paar panoramische winterlandschappen geschilderd die enorm belangrijk waren voor latere generaties. Avercamp zag de fantastische mogelijkheden van het wintergezicht als zelfstandig genre in de schilderkunst. Een schilder met ambitie moet zich immers onderscheiden van zijn collega's.

Avercamp moet een echte fan van Brueghel geweest zijn. Zijn vroege, verhalende winterlandschappen, met een hoge horizon en donkere bomen op de voorgrond om de dieptewerking te vergroten, zijn onmiskenbaar schatplichtig aan zijn Vlaamse voorganger. Een vogelval, een klein detail uit Winterlandschap met schaatsers uit het Rijksmuseum, is zelfs rechtstreeks ontleend aan een schilderij van Brueghel. Een sample als eerbetoon aan de grote meester.

Dat Avercamp zelf een grote meester zou worden, wist hij toen misschien nog niet. Feit is dat er een omslag in zijn werk kwam die verstrekkende gevolgen had. Die kentering komt in de tentoonstelling in het Rijksmuseum als een mokerslag.

Aanvankelijk kijken we vanaf grote hoogte naar het gezellige gedreutel van de schaatsende meute. De donkere kale takken van een grote boom op de voorgrond zijn geheel in de Vlaamse traditie, net als de gebouwen rondom vaarten en rivieren. Maar dan hangt er plotseling een paneel met enkele kolfspelende mannen, dat totaal met dit compositieschema breekt. De horizon is laag en de toeschouwer kijkt naar het tafereel alsof deze zelf op het ijs staat.

Dat laatste is misschien wel de mooiste ontdekking van Avercamp. Vanaf dat moment - de schilder was inmiddels weer verhuisd naar Kampen, waar hij de rest van zijn leven bleef wonen - maakt hij de kijker deelgenoot van zijn winterlandschappen. We kijken niet alleen naar ijspret, we schaatsen zelf mee. (KEES KEIJER)

Hendrick Avercamp: IJspret. Rijksmuseum, tot en met 15 februari.
www.rijksmuseum.nl


gerelateerde artikelen

Alles over

GESPONSORDE LINKS



PAROOL LUNCHNIEUWS

Elke middag gratis de hoogtepunten uit het nieuws in uw mailbox?

U kunt zich voor deze service van Het Parool opgeven via parool.nl/lunchnieuws.
acap enabled   © Het Parool