De verloren kolonie ***
27-05-08 14:38 uur
Regie: Astrid Bussink
'De verloren kolonie' van Astrid Bussink vaart een andere koers dan je zou verwachten van een documentaire over een instituut waar experimenten met apen worden gedaan. Dierenbevrijders zullen met genoegen constateren dat het grootste deel van de dieren al jaren geleden is ontsnapt en verdwenen in de weelderige groene bergen van de voormalige Sovjetrepubliek Abchazië.
Maar daar gaat het hier niet om. De achtergebleven aapjes mogen dan stil en droevig achter hun tralies zitten, de overwegend bejaarde stafmedewerkers die dit monument van vergane glorie nog open houden, ogen minstens zo melancholiek. Ooit was deze apenkolonie wereldberoemd.
''Polio, encefalitis, hepatitis, we hebben de wereld er van bevrijd", mijmert de directeur tussen zijn vruchteloze telefoontjes met mogelijke geldschieters door. Aanvankelijk zijn we geneigd dit met een korrel zout te nemen, net als de weinig realistisch klinkende dagdromen over een safaripark waar de mensen niet op paarden zullen rondrijden, maar op de rug van een stier.
Later zal blijken dat dit laboratorium, waar aan het eind van de jaren twintig nog geprobeerd is apen met mensen te kruisen, wel degelijk veel internationaal aanzien genoot. Maar na de oorlog met Georgië in 1992 is daar niets van overgebleven.
Bussink won in 2005 de IDFA-debuutprijs met haar korte film 'The Angelmakers', over een Hongaarse epidemie van vrouwen die in de jaren twintig hun echtgenoten met arsenicum vergiftigden. 'De verloren kolonie' is haar eerste lange documentaire. In kalme, met aandacht geschoten beelden laat ze zien hoe in dit apeninstituut de tijd als het ware tot stilstand is gekomen.
Of we dit ook als een metafoor voor de teloorgang van deze vroegere Sovjetrepubliek moeten zien valt moeilijk in te schatten, al is de verleiding wel groot. Herinneringen aan de tijd waarin astronauten en regeringsleiders op bezoek kwamen worden gekoesterd, maar verder gebeurt er niet veel meer, afgezien van het prikken van een enkel bloedmonster voor een studentenpracticum. De meeste studenten verdwijnen trouwens naar Rusland. Daarmee doemt in deze film, die het voor een groot deel van sfeerschetsen moet hebben, toch nog een stil drama op.
Ter gelegenheid van het tachtigjarig bestaan van het instituut wordt een congres georganiseerd. Plotseling klampt iedereen zich vast aan het idee dat alles nu weer goed zal komen. Zelfs de vroegere directeur komt na twaalf jaar weer eens langs om een handje te helpen, al weet hij niet goed hoe. ''Het is nogal ongeorganiseerd hier."
De tragiek is nu juist dat hij ook degene is die na de oorlog met Georgië de apenkolonie de genadeslag toebracht door het zinkende schip te verlaten en vlak over de grens met Rusland een nieuw instituut op te richten.
De stof voor een klucht of een satire ligt voor het opscheppen, maar dat zou te gemakkelijk zijn geweest. Bussink roept eerder een mengeling van verbazing en medeleven op. Bijna ontroerend is de volharding van een van de bewakers die in de bossen al wekenlang op zoek is naar de gevluchte apen. Hij blaast op de hoorn die vroeger hun ontbijt aankondigde, maar geen van de dieren, als ze de winter al hebben overleefd, laat zich zien. Toch geeft hij de moed niet op. (LEO BANKERSEN)
WebsiteTrailer