En waar de sterre bleef stille staan ***
22-12-11 10:30 uur
recensie
Regie: Gust van den Berghe
Met: Jelle Palmaerts, Peter Janssens en Paul MertensIn de Vlaamse Kerstfilm En waar de sterre bleef stille staan worden de drie koningen gespeeld door acteurs met het syndroom van Down. Inderdaad: vertederend, maar vertedering alleen is niet genoeg voor een goede film.
De debuterende Gust van den Berghe is niet de eerste Vlaamse regisseur die een film maakt met mensen met het syndroom van Down. Vijftien jaar geleden deed Jaco van Dormael hetzelfde in Le huitième jour.
Daarin ontdekte een workaholic door zijn contact met een man met het syndroom van Down de dingen die er werkelijk in het leven toe doen. Die idealiserende boodschap ontbreekt gelukkig in En waar de sterre bleef stille staan, dat vorig jaar werd geselecteerd voor het Quinzaineprogramma in Cannes.
In de op een volkstoneelstuk van Felix Timmermans uit 1925 gebaseerde film trekken drie mannen met het syndroom van Down de wijde wereld in.
Zwart-wit beelden van besneeuwde landschappen vormen het decor van hun spirituele reis. Daarbij zeggen ze zinnetjes als: 'Het is niet gemakkelijk om mens te zijn.' Maar ze hebben ook humor: 'God, god, god, gij zijt zot.' Wie wil, kan hier diepe wijsheid in zien, maar wij zien vooral mannen worstelen met door Van den Berghe bedachte zinnetjes.
Dat heeft iets - daar is het woord weer - vertederends, maar het oogt ook gekunsteld. Dat één van de drie koningen de pasgeboren Jezus alvast sigaretten geeft voor het tijdstip dat hij groot geworden is, is grappig, maar ook makkelijk scoren.
Dat de film, waarin de drie koningen ruzie krijgen, toch indruk maakt, komt door Van den Berghes visuele talent. De schitterende, niet opgepoetste zwart-witbeelden van landschappen doen denken aan het werk van Pasolini. Daarnaast speelt muziek een grote rol: religieus gezang versterkt de spirituele lading en oude krakende grammofoonplaten zorgen voor een melancholieke en nostalgische stemming. (Jos van der Burg)