Recensie
De gelukkige huisvrouw ***
© UNKNOWN

De gelukkige huisvrouw ***

Regie: Antoinette Beumer
Met: Carice van Houten, Waldemar Torenstra, Joke Tjalsma, Jaap Spijkers, Marcel Hensema
De gelukkige huisvrouw is de tweede verfilming van productiemaatschappij Eyeworks van een literaire megabestseller in korte tijd, met een hoofdrol voor de wederom uitstekende Carice van Houten.

Speelde ze in de verfilming van Komt een vrouw bij de dokter van Kluun een vrouw met kanker, ditmaal worstelt ze met een jeugdtrauma, een post-natale depressie en een psychose. Maar er mag gelachen worden, zodat we in de persmap achter het trefwoord 'genre' de omschrijving 'ironisch drama' aantreffen. We zijn hier tenslotte in het universum van schrijfster Heleen van Rooyen die doorbrak (300.000 verkochte exemplaren) met dit gedeeltelijk autobiografische werk. Haar motto: er is geen trauma zo pijnlijk of het mag niet recht in het gezicht worden uitgelachen.

Carice van Houten is Lea Meyer, een stewardess die getrouwd is met een succesvolle architect (Waldemar Torenstra). Om de avontuurlijke kant van het stelletje te laten zien treffen we ze al snel samen aan in het toilet van een vliegtuig, want waar zijn die anders voor? Ze communiceren in het soort, nou ja, ironische oneliners, waarin schrijfster Van Rooyen grossiert, en het is aanvankelijk lastig om niet meteen een flinke antipathie voor dit stel narcistische egotrippers te voelen.

Maar De gelukkig huisvrouw (het speelfilmdebuut van televisieregisseur Antoinette Beumer) schakelt razendsnel: Lea wil een kind en voor je met je ogen kan knipperen zitten we in een brute bevallingsscene, die de toeschouwers niet alleen heel ongemakkelijk laat voelen, maar ons ook moet voorbereiden op de post-natale depressie, uitlopend in een gedwongen opname in een psychiatrische inrichting.

De gelukkige huisvrouw (scenario van Marnie Blok en Karen van Holst) is geen film over de complexiteit van de menselijke geest, hoewel het gaat over psychische stoornissen. Geen rafelranden hier, maar een met hobbylijm in elkaar geplakte psychose, die zich keurig laat duiden - en oplossen. De gelukkige huisvrouw is het soort drama dat niet van aanstellen houdt: misschien is daar de term 'ironisch drama' voor bedacht. Van de toerschouwers wordt kennelijk niet al te veel verwacht: emoties worden tamelijk doorzichtig gestuurd met violen, ballads en een regenbui die zich met tranen vermengt; de klassieke kunstgrepen.

De onverwerkte zelfmoord van de vader, de slechte relatie met moeder en de geboorte van het kind passen als puzzelstukjes in elkaar. En de film eindigt met een scene die de toeschouwer opgelucht naar buiten moet laten gaan en tegelijkertijd aangeeft dat Lea en haar architect de stoute draad weer oppikken.

De film blijft overeind door de rol van Carice van Houten, die haar mentale instorting en opkrabbelen overtuigend en genuanceerd brengt; ondanks het scenario zou je kunnen zeggen. Ze bewijst weer dat ze momenteel de beste filmactrice in Nederland is.

Het sterkste uit De gelukkige huisvrouw zijn de scenes van Van Houten met Marcel Hensema (als psychiater) en Jaap Spijkers (als mede-patient). Minder geslaagd is de chemie met Torenstra, als een wat al te naïeve echtgenoot en Joke Tjalsma, als de ongevoelige moeder. Het zegt iets over de kracht van de verschillende acteurs, maar ook over de onevenwichtigheid van het scenario dat ergens tussen 'ironie' en 'drama' in een spagaat is blijven hangen. (MARK MOORMAN)

Website