Ishmael Gumbs sliep al tijden in een kelderbox
09-12-09 11:22 uur
Esther Macharius: 'Ik heb hem wel aangepakt hoor. Ik kan keihard schreeuwen als het moet.' Foto Jean-Pierre Jans
Esther Macharius was de begeleider van de onlangs in de Bijlmer doodgeschoten Ishmael Gumbs. 'De laatste week ging het slecht met Ishmael. Hij was boos en wanhopig. Hij kwam hier op kantoor en zei: ik wil zo graag iemand zijn, maar het lukt niet, hoe hard ik ook vecht. Ishmael was net vader geworden. Het stak hem dat hij niet voor zijn zoontje kon zorgen. Zijn vriendin is zestien en woont nog thuis. Haar moeder wilde niet hebben dat Ishmael daar 's nachts was.
Hij sliep in een kelderbox. De laatste keer dat ik hem zag, zei hij dat hij liever dood wilde zijn. Ik heb hem vastgepakt en omhelsd. Ik zei: Ishmael, jij weet niet wat je zegt, jij bent negentien en jij hebt je hele leven nog voor je.''
''Ik heb Ishmael anderhalf jaar geleden leren kennen. We kregen een telefoontje dat er een jongen op straat hing in Noord. Zo kwam hij terecht bij het straathoekwerk. Hij heeft eerst een tijdje bij een collega gezeten, maar dat liep niet goed. Hij kwam toen al vaak binnenlopen om te vragen of hij niet bij mij mocht komen. Ik kom zelf ook van de Antillen en ik spreek zijn taal. Ik heb hem wel aangepakt, hoor. Ik kan keihard schreeuwen als het moet. Ik zei hem: als je niet naar me luistert, is het game over. Hij vond dat prettig. Hij zei: je lijkt op mijn moeder op Sint Maarten. Hij noemde me ook mama.''
''Ishmael was het zonnetje in huis. Hij was een vrolijke jongen. Hij kwam hier 's ochtends vroeg om zich te wassen. Hij tikte op het raam en dan liet ik hem binnen. Daarna ging hij thee zetten. Als je niet beter wist, zou je denken dat hij één van de werkers hier was. Zijn grote probleem was dat hij geen perspectieven had.''
''Na zijn aankomst in Nederland woonde Gumbs een tijdje bij zijn zus. Maar zij zat in onderhuur, waardoor Ishmael zich niet kon inschrijven om zelf in aanmerking te komen voor woonruimte. Zonder woning wordt het moeilijk om iets op te bouwen,'' zegt Macharius.
''Er zijn veel jongens zoals Ishmael. Ze komen om een beter leven te vinden, maar ze merken al snel hoe moeilijk het is. Nederland is groot en er zijn heel veel regels. Ze hebben vaak geen idee. Als het niet lukt, komen ze bij ons.''
''Ik werk nu twintig jaar in de Bijlmer en ik heb heel veel meegemaakt. Ik geef om deze jongens. Ik beschouw hen als verwelkte rozen. Het is mijn werk om de roos weer te laten bloeien; met praktische hulp, maar ook met aandacht en liefde. Zo stoer als ze zijn, vinden ze het heerlijk om te worden vastgepakt.''
''Op zondagavond kreeg ik een telefoontje dat er een jongen van zeventien was geschoten. Ik wist niet dat dat Ishmael was, die was negentien. De volgende dag hoorde ik pas dat hij het was. Ik heb lang niet gehuild. Ik ben naar de plek gegaan en ben een steunpilaar geweest voor de andere jongens. Ik heb zijn moeder gebeld. Zij had Ishmael twee jaar niet gezien. Mijn hart brak in duizend stukjes toen ik het haar moest vertellen. Ik heb beloofd dat Ishmael naar Sint Maarten zou worden gebracht.''
''Ishmael was niet verzekerd. We hebben in een paar dagen het geld ingezameld voor de vlucht en de begrafenis. Veel mensen hebben geholpen. Op vrijdagavond hebben we op Schiphol afscheid genomen bij de kist. Het was de eerste keer dat ik Ishmael in een pak zag. De volgende dag is hij naar Sint Maarten gevlogen. Daar is hij dinsdag begraven. Op het tijdstip van de begrafenis zijn we met de jongens naar de speeltuin gegaan waar Ishmael was beschoten. Daar hebben we gebeden voor zijn rust en alle bloemen en andere spullen opgeruimd die de mensen hadden neergelegd.''
''We zijn nu bijna drie maanden verder, maar er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan Ishmael denk. Ik heb een foto uit de krant opgehangen in mijn kamer. Als de jongens ernaar kijken, waarschuw ik ze: pas op dat jou niet hetzelfde gebeurt. Op internet heb ik een rap van hem gevonden: Heartpain. Ik wist dat die rap er was, maar ik durfde er niet naar te luisteren. Vorige week heb ik hem voor het eerst opgezocht. Die rap vertelt eigenlijk het hele verhaal van Ishmael. Nee, het deed geen pijn hem weer te horen. Ik heb er mijn ringtone van gemaakt.'' (PATRICK MEERSHOEK)
Foto
Jean-Pierre Jans