Mysterie Bijlmerramp ontrafeld
27-08-09 12:00 uur
De Bijlmerramp is zeventien jaar na dato opnieuw onderzocht door de rijksrecherche. Foto EPA
AMSTERDAM - Terug van weggeweest: mannen in witte pakken en giftige stoffen in de El-Al Boeing die op 4 oktober 1992 in de Bijlmer neerstortte. Bijna zeventien jaar na dato blijkt de Bijlmerramp de voorbije maanden weer voorwerp te zijn geweest van onderzoek door de rijksrecherche. Uit angst voor onrust in Zuidoost heeft zich dat de afgelopen maanden in het geheim voltrokken. De conclusies zijn geruststellend: 'Er is geen sprake van gegevens die een ander licht op de Bijlmerramp werpen,' schrijft burgemeester Job Cohen. Zijn woordvoerder zegt vanmorgen: ''Uiteindelijk was er niks aan de hand.''
Toch bevat de brief waarmee Cohen de raad vandaag informeert gegevens die koren op de molen zijn van de liefhebbers van complottheorieën. Op de plek van het ongeluk blijken stoffen te zijn gevonden die volgens het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) 'in principe schadelijke gevolgen voor de bodem en het grondwater hebben, met een blootstellingsgevaar voor mens en dier'.
Omdat onduidelijk is hoeveel van die stoffen vrijkwamen, kan het forensisch instituut geen uitspraak doen over de mate waarin ze schadelijk kunnen zijn geweest voor de volksgezondheid. Volgens de GGD is er 'geen reden tot zorg' en is er 'geen nieuwe informatie over de eventuele gezondheidsrisico's'. Cohen onderschrijft dat.
De zaak kwam op 16 april dit jaar aan het rollen, toen een medewerker van de dienst Milieu- en Bouwtoezicht zich bij zijn directeur meldde met het volgende verhaal: met een collega zou hij op 4 en 5 oktober 1992 metingen hebben verricht op de plek van de ramp, gekleed in beschermende witte pakken. Dat zou een verklaring zijn voor het verhaal over geheimzinnige mannen in witte pakken, waarvoor later in de parlementaire enquête naar de Bijlmerramp geen bewijzen zijn gevonden.
Bij terugkomst bij de milieudienst, gaat het betoog van de medewerker verder, zeiden zijn superieuren dat hij niets te zoeken had op de rampplek. Hij moest er daarom geen rapport over maken. De genomen monsters werden vernietigd. Dit explosieve verhaal - tóch een doofpot in de Bijlmer! - onderbouwde de man met het overleggen van het logboek dat hij destijds ter plekke had opgemaakt, samen met de meetresultaten. Eerder was al bekend dat mensen van de milieudienst ter plaatse waren.
Op 6 mei kreeg Cohen het relaas te horen. Hij zag noodzaak voor een onderzoek en in overleg met de politie verzocht hij het openbaar ministerie daar om. De rijksrecherche voerde het uit.
Volgens het openbaar ministerie staat vast dat de twee medewerkers inderdaad op 4 en 5 oktober op de rampplek zijn geweest in de Bijlmer en twee monsters hebben genomen van een plas bluswater. Hun toenmalige baas heeft destijds inderdaad een van de twee hierover op de vingers getikt. Dat zou gebeurd zijn omdat de milieudienst geen officiële rol had in 'de acute fase' van rampenbestrijding.
Voor het openbaar ministerie en Cohen is dit een afdoende antwoord op de vraag waarom destijds geen rapport hoefde te worden opgemaakt. Wel zijn er 'analyserapporten' gemaakt van de monsters, die nu zijn bekeken door de GGD en het forensisch instituut.
Verder staat voor het openbaar ministerie vast dat het tweetal op 4 oktober 1992 géén witte pakken droeg. Of dat op 5 oktober ook zo was, is onduidelijk. Áls ze toen witte pakken droegen, waren het 'gewone witte wegwerpoveralls', aldus de brief van Cohen. Daarmee is geen sprake van nieuwe informatie die duidt op mannen in 'vreemde witte pakken', concludeert de burgemeester.
Volgens de GGD is er ook nu geen reden tot zorg over de volksgezondheid. Cohen wijst er nog op dat na de ramp de bodem en het grondwater zorgvuldig zijn gesaneerd. Hij concludeert dat er geen reden is voor gezondheidsmaatregelen. (BAS SOETENHORST)
Meer informatie over de achtergrond van de Bijlmerramp is te lezen op
Wikipedia