Kunst & Media Bewaar

Die nephuisjes in Park Frankendael zijn even vreemd als intrigerend (***)

Maze de Boer: Perspective (2014).
Maze de Boer: Perspective (2014). © Lisa Wiersma

De Watergraafsmeer had vroeger tientallen folly's, gebouwen die puur bedoeld waren als decoratie van buitenplaatsen en vaak niet bewoonbaar waren. In Park Frankendael zijn er deze zomer weer een aantal neergezet door kunstenaars. Dat levert de nodige vreemde ervaringen op.

Folly's

Ons oordeel: ★★★☆☆
Waar: Park Frankendael
Te zien: tot en met 8 november

De Watergraafsmeer, drooggelegd in 1629, was in de loop van de zeventiende en achttiende eeuw een geliefde locatie voor buitenplaatsen van rijke Amsterdammers, die 's zomers de stinkende stad ontvluchtten.

En aan het eind van de achttiende eeuw was zo'n buitenplaats niet compleet zonder een folly: een gebouw, meestal niet al te groot, dat geen duidelijke functie heeft, maar bedoeld is als decoratie. Wandelaars konden zich verbazen over een vreemde bouwstijl of denken aan lang vervlogen dagen bij het zien van een nepruïne.

Bijna al die buitenplaatsen zijn verdwenen, net als de tachtig folly's die her en der in de Watergraafsmeer stonden. Op één na. Midden in Park Frankendael staat een gebouwtje zonder dak op een klein eiland, dat een beetje verscholen in het park ligt. Het werd in het begin van de achttiende eeuw gebouwd als nepklooster. De eerste bewoner, Marianne Dohrmann, dronk er thee. Later werd het 'verbouwd' tot ruïne.

Deze zomer heeft dit gebouwtje gezelschap gekregen van een aantal hedendaagse folly's. Atelier van Lieshout is vertegenwoordigd met Skull, een polyester kamer in de vorm van een schedel, waar de bezoeker zich kan afzonderen van de buitenwereld. Eigenlijk is het een soort bureautje, met een bank en een werkblad. De plaatsing vlak voor Huize Frankendael is niet gelukkig; het werk lijkt vooral te functioneren als blikvanger voor de rest van de tentoonstelling.

Hondenhuis of kinderplek
Chikako Watanabe maakte midden op de hondenspeelplaats een gebouwtje dat lijkt op een traditioneel ­Japans theehuis. Samoeraikrijgers bereidden zich in zulke huisjes voor op de strijd. De ingang was laag, zodat ze nederig moesten buigen voordat ze naar binnen gingen. Maar de folly van Watanabe heeft geen ingang en er staat een boom in. Het is een huisje voor honden, die hier hun poot tegen de boom kunnen optillen. Al wordt het tijdens ons bezoek meer gebruikt door kleine kinderen, die zich gemakkelijk door een van de open ramen kunnen wurmen.

Maze de Boer maakte een geschilderde constructie met vlakken en bloemen, Perspective. Als je op de goede plek gaat staan, verschijnt plotseling een paviljoentje voor je ogen.

Giny Vos laat een pop in een weelderige achttiende-eeuwse jurk door de bomen schommelen. Daarmee appelleert ze aan de hoogtijdagen van de folly, toen er uitbundige tuinfeesten werden georganiseerd door de adellijke klasse.

Een jonge, neuriënde bruid
Het meest ongrijpbare werk is van Job Koelewijn, lezen we in een toelichting: een geluidswerk met verschillende menselijke stemmen. Op de bewuste plek loopt een jonge vrouw in een lange witte jurk heen en weer. Ze zingt zachtjes, neuriet een liedje. Maar plotseling is de betovering van het moment verbroken: de vrouw blijkt geen onderdeel van het kunstwerk te zijn, maar een bruid die even pauze heeft genomen van een fotoshoot. Het werk van Koelewijn is niet te horen vanwege een technische storing.

De beste bijdrage is van Berend Strik, die van ijzer een archetypisch huisje maakte dat boven een sloot lijkt te zweven. Eigenlijk is het een negatieve vorm: de muren zijn transparant, deur en ramen zijn massief. Een illusie van geborgenheid, die langzaam wegroest. Daarmee is het een klassieke folly, die, zoals tweehonderd jaar geleden werd beschreven, 'den denkenden wandelaar genoegen, en stof tot peinzen' geeft.