Recensies Bewaar

Matisse in het Stedelijk is overrompelend en prachtig (*****)

Wie zich laat meenemen in de tentoonstelling De Oase van Matisse in het Stedelijk Museum Amsterdam ziet hem steeds minder als schilder en steeds meer als tekenaar en knipper.

De Oase van Matisse

Ons oordeel: ★★★★★
Waar: Stedelijk Museum
Te zien: t/m 16/8

Dit is een tentoonstelling waar je langzaam ingezogen wordt. Eigenlijk is het begin nogal stroef, met een donker schilderij van Courbet dat volkomen doodslaat op een spierwitte wand. Daartegenover hangen drie stillevens.

Aan de ene kant zien we Cézannes bekende Flessen en perziken, aan de andere kant een minder bekende Mondriaan: een stilleven met appels en een Delfts blauw bord, een aquarel uit de tijd dat hij nog geen geometrische schilderijen maakte, maar stillevens met appels en Delfts blauwe borden. En daartussenin hangt een Matisse, een wat modderig stilleven met boeken en aardewerk.

Over een andere boeg
De tentoonstelling gaat door met beeldrijmen, als we wat verder in de tijd komen. Als Matisse zich in een paar jaar tijd ontwikkelt van een wat traditionele schilder tot een avant-gardekunstenaar, worden zijn figuurstukken vergeleken met die van Kirchner en Malevitsj.

Bijna al dat vergelijkingsmateriaal komt uit de collectie van het Stedelijk Museum. Zoals bekend is dit een vervolg op een succesvolle tentoonstelling met Matisses late knipselwerken die eerder te zien was in de Tate in Londen en het MoMA in New York. Toen bleek dat het Stedelijk die tentoonstelling niet in zijn geheel kon overnemen, gooide men het over een andere boeg. Er hangen dus niet alleen late knipsels, maar ook vroegere schilderijen, die op de benedenverdieping worden geconfronteerd met werken uit de collectie van het museum.

Minder bekende werken
Er zijn vergelijkingen tussen bloemstillevens, zeegezichten en chique dames in interieurs. Er komen bronzen beelden bij, tekeningen, grafiek van Matisse. Terwijl deze vergelijkingen in het begin een beetje schools zijn, worden ze steeds interessanter. Mooi is bijvoorbeeld de confrontatie van Picasso met Matisse als beiden odalisken schilderen, modellen als oosterse haremdames.

Er zijn ook allerlei minder bekende werken uit het depot van het Stedelijk opgeduikeld: een groot doek met een interieur van Jan Sluijters bijvoorbeeld, een wollen kleed van Kirchner, of een Vrouw in kimono van Johan Buning. Allemaal zijn ze zelden of nooit in het museum te zien geweest, en alleen daarom al is de opzet geslaagd.

Honderden gaatjes
Maar het gaat natuurlijk om Matisse, en die raakt steeds meer op dreef. In de laatste paar zalen van de benedenverdieping hangen er nauwelijks werken van andere kunstenaars bij. Je ziet Matisse steeds minder als schilder en steeds meer als tekenaar en knipper. Hoe dat knippen precies in zijn werk ging, kun je trouwens zien op een korte film die het Stedelijk vertoont. Matisse liet assistenten vellen papier beschilderen, die hij vervolgens op de muur van zijn atelier liet prikken. Honderden gaatjes in de werken getuigen van een zoektocht naar de juiste plek.

Maar daarvoor moeten we eigenlijk naar boven. Hier krijgen de knipsels ruim baan. De ontwerpen die hij maakte voor een klooster in Vence. Het beroemde boek Jazz en de monumentale slak uit het MoMA. En natuurlijk De parkiet en de zeemeermin, het topstuk van het Stedelijk zelf. Het hangt midden in de erezaal, omringd door andere papiers découpés die hij destijds omhanden had. Hier word je ondergedompeld in de onder- en bovenwereld die Matisse met elkaar combineerde. En opeens wordt duidelijk waar hij het allemaal vandaan haalde. Overrompelend en prachtig.