'La Serpe pleegde nog een moord'
01-02-10 10:52 uur
AMSTERDAM - Volgens de advocaten van drie verdachten in de Amsterdamse liquidatiezaak beweren twee getuigen, onafhankelijk van elkaar, dat kroongetuige Peter la Serpe hun heeft verteld dat hij in 2001 of 2002 een moord heeft gepleegd, en dat hij eens een ring is verloren bij het wegmaken van een lijk.
De advocaten van Ali A., Sjaak B. en Jesse R. hebben de rechter-commissaris vanmorgen gevraagd die getuigen de status van 'anonieme bedreigde getuige' te verlenen. De raadslieden zijn nog in gesprek met een derde mogelijke getuige, voor wie ze waarschijnlijk eveneens de status van bedreigde getuige zullen vragen.
La Serpe deed de beweringen vanmorgen af als 'klinkklare onzin'. Hij zegt niemand anders te hebben doodgeschoten dan de Amsterdamse handelaar in hasj en vastgoed Kees Houtman.
De twee eerste getuigen, die de advocaten F1 en F3 noemen, zeggen dat de kroongetuige hun heeft verteld dat hij 'een grote man heeft doodgeschoten in een loods'. Hij zou hebben geschoten omdat Jesse R. 'niet durfde'. Die grote man zou hasjhandelaar Gerrie Bethlehem kunnen zijn, wiens lichaam op 9 april 2002 werd gevonden in het Amsterdam-Rijkanaal, tussen Loenen en Nigtevecht.
De getuigen kunnen volgens de advocaten ook onthullen dat 'La Serpe niet de waarheid heeft gesproken gedurende het proces'; dat hij eens een ring verloor tijdens het wegmaken van een lijk en het verwijderen van sporen en dat hij heeft gelogen over zijn ontmoeting met misdaadverslaggever Peter R. de Vries.
Advocaat Nico Meijering vroeg de rechtbank vanmorgen 'ruimhartig extra zittingen in te plannen' om de getuigen te kunnen verhoren, en om nader onderzoek te kunnen doen. Ook willen de advocaten dat de rechtbank justitie opdraagt alsnog de dossiers in te brengen over drie moorden, waaronder die op Bethlehem, omdat die liquidaties wel worden genoemd in de verdenking dat de verdachten deel uitmaakten van een criminele organisatie, terwijl de stukken over de moordonderzoeken ontbreken.
Vorige week probeerde de verdediging vergeefs de rechtbank weg te sturen, onder meer omdat de rechters het niet nodig vonden dat het Openbaar Ministerie die bewuste dossiers inbracht. (PAUL VUGTS)