Het liquidatieproces: Onderzoek na lekken officier
13-10-09 11:51 uur
Advocaat Nico Meijering van beweerd moordmakelaar Ali A. Foto ANP
AMSTERDAM - De rechtbank gelast een uitvoerig onderzoek naar de wijze waarop aan kroongetuige Peter la Serpe in het Amsterdamse liquidatieproces informatie is verstrekt door politie en justitie.
Vier rechercheurs die de kroongetuige hebben verhoord, zullen bij de onderzoeksrechter over de kwestie worden ondervraagd. De verdediging krijgt de woordelijk uitgewerkte processen-verbaal en de geluidsopnamen van zes verhoren, waarvan tot nu toe slechts samenvattingen in het dossier zitten.
Op 9 november krijgen de rechtbank en de advocaten op een ingelaste zitting de gelegenheid zowel officier Betty Wind als kroongetuige La Serpe te verhoren over de wijze waarop hem informatie is toegespeeld.
De rechtbank wees de verzoeken van de advocaten toe, nadat aanklaagster Betty Wind had toegegeven dat zij zelf 'waarschijnlijk' op 10 mei 2007, na een verhoor bij de onderzoeksrechter, informatie aan de kroongetuige heeft verstrekt.
Het ging om belangrijke gegevens over de moord op Kees Houtman. Wind lijkt de kroongetuige te hebben verteld dat op de plaats delict voor Houtmans villa in Osdorp geen hulzen waren gevonden van kogels die met een kalasjnikov waren afgeschoten, hoewel La Serpe had verklaard met een kalasjnikov te hebben geschoten. Ze lijkt hem ook te hebben verteld dat een bestelwagen van Houtman anders stond geparkeerd dan La Serpe tot dan toe had beweerd. De kroongetuige paste zijn verhaal vervolgens aan.
Nadat advocaat Nico Meijering van beweerd moordmakelaar Ali A. op 1 oktober had betoogd dat de kroongetuige door politie en justitie moet zijn 'gevoerd' en 'gestuurd' met informatie, gaf aanklaagster Wind hem gisterochtend ten dele gelijk.
Ze zei zich niet te herinneren dat ze informatie aan La Serpe heeft gegeven, maar concludeerde dat ze dat 'waarschijnlijk' wel had gedaan, afgaand §op nieuwe verklaringen die hij vervolgens aflegde.
''Achteraf bezien moet ik vaststellen dat het niet verstandig is geweest deze informatie op dat moment, buiten een verhoor, met La Serpe te delen,'' zei officier Wind. ''En uiteraard had ik daarvan meteen een proces-verbaal moeten opmaken.''
Overigens stelde Wind dat 'de conclusie onjuist is' dat de kroongetuige meer informatie is toegespeeld. Ze vindt haar misstap niet zo ernstig dat die gevolgen moeten hebben. ''Hoewel het verstrekken van informatie door mij aan de getuige buiten een verhoorsituatie om als onverstandig en onwenselijk moet worden aangemerkt, dient dit geen consequenties te hebben.''
De rechtbank reageerde kritisch op de mededelingen van het Openbaar Ministerie en wees een reeks verzoeken toe die Meijering en enkele collega-advocaten hadden gedaan om de zaak goed uit te zoeken. Het 'voeren' en 'sturen' van een getuige is immers een doodzonde, aangezien een getuige onbevangen moet vertellen wat hij zelf weet.
De rechtbank struikelde over de redenering van aanklaagster Wind. Rechtbankvoorzitter Frits Lauwaars: ''Uw formulering dat u het zich niet kunt herinneren, maar dat het toch zo moet zijn dat..., is een formulering die we in het recht niet kennen. Waarom moet het zo zijn, hoewel u zich het niet herinnert?'' (PAUL VUGTS)