Ajax Dossier: Keepers vissen beter op het veld
20-03-09 11:16 uur
Ajax is een club met een rijke historie. Het Parool zoekt naar verhalen in de kantlijn en ontdekte dat vissen dé manier is voor teambuilding met sportief succes als resultaat. Het is een beproefd concept van trainers: een alternatief programma om de teamspirit te vergroten. Zo nam Marco van Basten in de aanloop naar de tweeluik tegen Fioren-tina zijn spelers mee naar een bokstraining.
In de voorbereiding op dit seizoen ging de ploeg ook al eens vissen in een forellenvijver. Assistent-trainer Rob Witschge en de inmiddels naar Real Madrid vertrokken Klaas Jan Huntelaar konden als fervente vissers hun lol op. Keeper Kenneth Vermeer beleefde minder plezier aan het vissen, al staat hij daarin - historisch gezien - alleen.
Vissen was een begrip, met name bij de ploeg van de gouden jaren zeventig. Jaarlijks had Ajax een visdag in de Kop van Noord-Holland.
"Dat was denk ik een idee van mijn schoonvader Hanny Hoopman van de Oesterbar. Hij had een buitenhuis in de kop van Noord-Holland," zegt Sjirk de Romph senior, toentertijd eigenaar van Hoopman Bodega op het Leidseplein. Hoopman was de stamkroeg van de Ajacieden Johan Cruijff, Piet Keizer, Wim Suurbier en consorten.
Trainer Rinus Michels stond destijds, eind jaren zestig, ook aan de wieg van het idee en daarmee aan die van de teambuilding. De Romph: "Daar was Michels een expert in. Hij was ook begonnen met het idee van een lunch op de wedstrijddag. Namen ze de wedstrijd vast door in de Oesterbar."
De Ajacieden en het personeel van Hoopman trokken voor de viswedstrijd naar het water bij café Les Deux Ponts in Oudendijk. Degene die de meeste vissen ving, was de winnaar. Al was er van strijd niet echt sprake.
"De winnaar? Ik weet alleen nog dat Piet Keizer goed kon vissen," herinnert De Romph zich. "Suurbier probeerde het wel, maar die haalde constant de haakjes van de hengels, zodat je niet meer kon vissen."
Zulke grappen en grollen herinnert ook Nico Hafkamp zich. Hij ging als barman van Hoopman begin jaren tachtig twee keer mee vissen. Enkele spelers van de gouden jaren zeventig gingen op uitnodiging van trainer Leo Beenhakker ook mee.
Hafkamp: "Tussen het vissen door was er wat te eten. Lagen er pieren en wormen in de soep in plaats van vermicelli." Niemand gaf een kick. "Maar die wormen zijn zeker in een paar monden beland."
Na het vissen ging de hele ploeg terug naar het Leidseplein waar de prijzen - diepvrieskippen, een stoel of een fiets - werden uitgereikt. Hafkamp: "Dan hoorde je de meest sterke verhalen. De ene had een tijgerhaai gevangen en de ander een enorme snoekbaars."
De stemming zat er toen goed in, omdat 's middags al werd begonnen met het drinken van borreltjes-cola en andere alcoholische dranken. De Romph herinnert zich dat 's avonds na het diner en met de spelersvrouwen erbij de polonaise werd gelopen over het Leidseplein. "Dat kon toen nog."
De Romph hielp eens Velibor Vasovic, die nog nooit had gevist, aan de overwinning. Andere winnaars weet hij niet te noemen. Net als Hafkamp: "Maar dat moet haast wel een keeper zijn geweest. Die moeten ook altijd de ballen uit het net vissen."
Dat bestrijdt De Romph stellig. "De keepers waren zeer zeker niet de beste. Heinz Stuy bijvoorbeeld, ving nooit wat."
Maar na het visinitiatief eind jaren zestig reeg Ajax met Stuy op doel wel de prijzen aaneen. Dat toekomstbeeld moet Vermeer doen glunderen. Zijn vangst afgelopen zomer was gelijk aan de visprestaties van Stuy: hij ving niets. (WESLEY MEIJER)