Ajax Dossier: Meer trainen, minder verkopen
16-10-09 11:34 uur
Ajacied Bennie Muller met vrouw Nellie en dochter Petra in de tabakszaak. Archieffoto Het Parool
Ajax is een grote club met een rijk verleden. Het Parool belicht de belangrijkste periode. Tussen 1965 en 1966 vormde Rinus Michels Ajax om tot een profclub. Deel 7: Minder sigaren verkopen, meer trainen.
De verdiensten waren aardig en het werk was licht. Bovendien sloten de openingstijden goed aan bij de avondlijke trainingsuren. ''En ik heb zelf nooit gerookt, dus voor mijn conditie was die sigarenzaak ook geen probleem,'' aldus Bennie Muller.
In 1960 opende de nu 71-jarige Muller zijn eigen winkeltje aan de Haarlemmerstraat. Behalve rookwaar verkocht hij toegangskaarten voor zijn eigen wedstrijden bij Ajax en het Nederlands elftal. ''En als de klanten het leuk vonden kregen ze na het weekend bij een pakje Caballero ook een nabespreking,'' aldus Muller.
De middenvelder had de sigarenzaak afgekeken van Sjaak Swart, die tabak verkocht in Amsterdam Oost. ''Maar ook Werner Schaaphok en Piet Ouderland hadden sigarenzaken. Het was gewoon goed te combineren met het voetballen. Ik heb ook nog als diamantslijper gewerkt, maar dat was zwaarder.''
Voetballers van Ajax waren in 1965 niet alleen maar voetballers van Ajax. Ze waren ook onderwijzer (Klaas Nuninga), eigenaar van een sportwinkel (Ton Pronk) of medewerker van een verzekeringsbedrijf (Theo van Duivenbode). Ook trainer Rinus Michels had als gymleraar maar halve dagen de tijd voor de club.
Bennie Muller en de andere voetballende sigarenverkopers kregen van Michels echter steeds minder uren om achter de toonbank te staan. Bij zijn komst in 1965 trainde Ajax drie keer in de week in de avonduren, maar dat vond de nieuwe trainer te weinig.
Sinds de invoering in Nederland van het betaalde voetbal in 1954 waren de spelers van Ajax semi-profs, maar Michels wilde full-profs. Zo kon hij hogere eisen stellen aan de spelers en gingen de prestaties omhoog, net als de inkomsten van de spelers.
Een half jaar na zijn entree in De Meer schafte Michels de avondtrainingen af. Hij introduceerde oefensessies in de middag en later ook in de ochtend. Vanwege de arbeid elders werden niet alle trainingen niet door alle spelers bezocht.
''Ik vond dat we te veel trainden,'' aldus Muller. ''Vooral de training een dag voor de wedstrijd was grote onzin. Vaak deden we dan nog een scherpe partij, want de opstelling was nog niet bekendgemaakt. We begonnen niet uitgerust aan de wedstrijd.''
Niet alleen was er aanvankelijk weerstand tegen de toegenomen trainingsuren, ook durfden spelers hun baan niet zomaar op te zeggen. Muller kon zijn vrouw Nellie wat meer in de zaak laten werken en Pronk nam personeel in dienst, maar onderwijzer Nuninga wilde zijn baan voor de klas niet zomaar opgeven voor het onzekere bestaan van een profvoetballer.
''Als onderwijzer verdiende ik echter zevenduizend gulden per jaar en als full-prof kon ik 25.000 gulden opstrijken. In 1967 ben ik overstag gegaan. Als ik zwaar geblesseerd zou raken had ik met mijn diploma altijd iets om op terug te vallen.''
Johan Cruijff, Piet Keizer, Co Prins en Henk Groot durfden de stap als eerste aan. Zonder pensioenvoorziening en zonder noemenswaardige diploma's accepteerden ze het aanbod van Ajax om alleen maar voetballer te zijn. Michels deed hetzelfde. Een half jaar na zijn entree bij Ajax zegde de trainer zijn baan op. Net als Nuninga werd ook Muller uiteindelijk full-prof. ''Maar tussen twee trainingen door hielp ik mijn vrouw nog steeds wel eens in de zaak.'' (JOP VAN KEMPEN)