Ajax Dossier: Visteam zonder kankerpitten
27-03-09 10:53 uur
Ajax is een club met een rijke historie. Het Parool zoekt naar verhalen in de kantlijn en merkte dat Ajax ook een visclub is geweest.
In de jaren zeventig en tachtig toog de selectie van Ajax talloze keren naar de Noord-Hollandse wateren voor de jaarlijkse visdag. Van vissen kwam soms niet veel, omdat de spelers meer bezig waren met lol trappen.
Thijs Lindeman, voorzitter van de erfgoedcommissie van Ajax, was jarenlang betrokken bij de organisatie van de visdag. Hij herinnert zich de lol nog goed. ''Tscheu La Ling gooide eens Sten Ziegler in het water. Die kwam er zó snel uit om revanche te nemen, ongelooflijk. Maar hij heeft Tscheu niet te pakken gekregen. Piet Schrijvers gaf eens een jongetje geld mee om een kist met vissen te kopen in het dorp. Die stopte Piet dan in zijn emmer en die werden gewoon meegeteld.''
In de jaren dertig en veertig werd serieuzer gevist. Er waren plannen tot oprichting van een heus Ajax Vischteam schrijft 'Leugenaar' in het Ajax Clubnieuws van november 1937.
'Wij hebben hiervoor noodig 10 à 12 menschen met een goed humeur. Geen kankerpitten en Eerste Elftal-spelers. Niet dat ik zeggen wil, dat Eerste Elftal-spelers kankerpitten zijn, maar ik ben er van overtuigd dat er enkelen onder hen zouden zijn, die zóó de smaak van visschen te pakken krijgen, dat we de kans loopen dat zij Zondags zouden zeggen: Gaan jullie maar voetballen, ik ga visschen.'
Het niveau van het voetbal stond bij Ajax destijds nog op een laag pitje. Het pure amateurisme was ook bij het vissen te vinden. De Ajacieden namen het dikwijls op tegen de leden van DWS, maar de roodwitten dolven het onderspit.
'En nu weet ik waarom de D.W.S.'ers zulke reuze visschers zijn, en ik mijn weddenschap verloren heb,' schrijft Leugenaar in 1938. 'Zij hebben n.l. een eigen wormen-kweekerij. En hij liet mij zoo'n worm zien. Gewoon als elke andere worm met dit verschil dat de kop uit 5 uitgroeisels bestaat, zooals vijf vingers aan een hand. Wanneer nu zoo een worm in het water hangt en hij ziet een visch, maakt de wijsvinger de beweging van ''Kom hier''. En wat doet dan een net opgevoede visch? Win daar nu eens van.'
De echte oprichting van het visteam vond plaats op 1 juni 1938. Slechts de eerste twintig aanmeldingen konden lid worden, al werd daar later vanaf gezien. Diegenen die hadden toegezegd naar een clubavond in café Suisse aan de Kalverstraat te komen én hadden opgegeven over welke visattributen zij beschikten, werden geaccepteerd. Uit hoeveel leden de visclub uiteindelijk heeft bestaan, wordt niet duidelijk.
De visverslagen werden van de nodige humor voorzien. Begin 1939 schrijft 'Pleincerise' in zijn stukje Snoevende snoekers dat op 4 december 1938 een groep is gaan vissen bij Harenkarspel.
'Mijn vriend (...) begon mij de gekste dingen te vertellen. Hij wist n.l. dat de snoeken te Harenkarspel een waterpolo-zevental hadden en wanneer zij toevallig een wedstrijd zouden spelen (...) kon het gebeuren dat je geen aasvischjes genoeg had. Even later sloeg hij er zoowaar een flinken snoek uit.'
Het clubblad vermeldt in 1960 dat er 586 vissen zijn gevangen in Oostwoud. Dat was niet zoveel als in 1959 toen er 678 stuks werden gevangen, maar toch nog altijd veel meer dan in latere jaren.
Lindeman: ''De laatste keer van de jaarlijkse visdag was halverwege de jaren negentig. De wateren werden verkaveld en er werd geen visje meer gevangen. Als je om vijf uur 's ochtends opstaat en je vangt niks, dan is de lol er gauw vanaf.'' (WESLEY MEIJER)