Mohamed Taha El Idrissi
31-12-11 09:16 uur
Mohamed Taha El Idrissi © Jan van Breda
Ik gaf het op, maar toen dacht ik aan mijn dochtertje en moeder
DE VERKIEZING VAN DE AMSTERDAMMER VAN HET JAARMohamed Taha El Idrissi (Marrakech, 1970) sprong in het water, terwijl anderen toekeken. Hij redde een vrouw en een man. Ze lieten nooit iets van zich horen.
Iedereen keek toe, hij sprongHet was een donderdag in februari, begin van de avond. Mohamed Taha El Idrissi kwam een vriend tegen die hij al een jaar of twee niet had gezien, dus ze liepen samen een stukje door, over de brug van de L. van Sonsbeeckstraat in Osdorp. Hoe is het met je, hoe gaat het met je ouders, gewoon even bijpraten.
Ze namen afscheid en El Idrissi keerde zich om. Dat was het moment dat een klein meisje naar hem toe kwam rennen: 'Er liggen kinderen in het water!'
El Idrissi rende naar de brug, maar zag alleen een jonge man, van een jaar of 25. Hij schreeuwde in een of andere taal, die later Bulgaars of Hongaars bleek te zijn. Het meisje was niet te zien. Ze was al onder water.
Eerlijk gezegd twijfelde El Idrissi even. Zijn longen zijn niet zo best. De ene werkt nog maar voor zestig procent, de ander voor veertig. Roken, bronchitis, die dingen. Hij dacht: straks moeten ze drie mensen redden.
'Ik zat mezelf al een beetje af te schrijven.'
Hij sprong. Het water was veel dieper dan hij dacht. Hij meende de bodem te raken, maar zakte juist diep weg. Hij werd meteen kortademig. Hij kwam weer boven en schreeuwde waar dat meisje dan ergens lag. Aan de reling keken vier, vijf mensen toe, de man in het water schreeuwde alleen wat.
El Idrissi begon op goed geluk te duiken, op de tast, hij zag geen hand voor ogen. Uiteindelijk zwom hij naar de man. Hij voelde iets zwaars. Het was het meisje - nog geen meter bij de man vandaan.
Dat meisje bleek later een vrouw, van een jaar of dertig. Ooggetuigen verklaarden dat de twee ruzie hadden, maar of ze nu in het water was gesprongen of geduwd, daar kon de politie geen mededelingen over doen.
El Idrissi haalde de vrouw boven water en begon naar de rand te zwemmen, maar hij had inmiddels nauwelijks lucht meer. Een paar meter voor een pilaar ging hij zelf kopje onder. De vrouw werd hem te zwaar, hij moest haar loslaten. El Idrissi zakte naar de bodem.
'Eerlijk gezegd: ik gaf het op. Maar tegelijkertijd dacht ik aan mijn dochtertje en aan mijn moeder. In mijn hoofd hoorde ik: 'Mo, geef niet op!'
Het lukte, hij kwam boven en greep zich vast aan een pilaar onder de brug. Even kwam hij op adem en daarna zwom hij naar de vrouw. Ze was waarschijnlijk toch al dood, dacht hij. Hij trok haar op één van de pilaren en bleef even naast haar liggen om bij te komen.
Toen zwom de man naar hem toe. En vlak voordat die de pilaar bereikte, ging ook hij kopje onder.
'Die malloot begint opeens te verdrinken. Ken je dat? Ligt al die tijd in het water, doet niets, komt naast me en gaat dan opeens verdrinken!'
El Idrissi ging terug het water in en haalde de jongen boven. Met de vrouw in de ene hand en de man in de andere kroop hij terug op de pilaar. Boven op de brug stonden inmiddels een mannetje of negen, tien. Toen kwamen de hulpdiensten.
De drie werden naar het ziekenhuis gebracht. De man werd gereanimeerd, de vrouw heeft een tijd in coma gelegen, maar heeft het overleefd. El Idrissi mocht na enkele uren aan een zuurstofmasker weer naar huis.
Wie de man en de vrouw zijn, weet hij niet. De politie mag het niet zeggen.
Ze hebben nooit contact met hem opgenomen.
El Idrissi is blijven zitten met een ziekenhuisrekening van 270 euro. Hij was in die tijd niet verzekerd. Vanaf 1977 woont hij in Amsterdam, maar hij had tijdelijk geen verblijfsdocument - een lang verhaal.
Maar hij zou zo weer opnieuw springen.
'Eigenlijk zou dat normaal moeten zijn. Als iemand in de problemen is, help je. Maar je hoort vaak dat mensen doorlopen of bang zijn. Dan denk ik: ja, zo wordt het nooit beter.' (Hans van der Beek)
Foto © Jan van Breda, janvanbreda.comTerug naar de verkiezing