Dode dieren geportretteerd
31-07-09 09:53 uur
Engelhard: 'Zie je hoe groot eigenlijk die achterpoten van een haas zijn?' Foto Sarah Engelhard
Sarah Engelhard fotografeerde dieren die in het Amsterdamse verkeer aan hun einde kwamen. De portretten tonen die dieren, ogenschijnlijk ongedeerd, in al hun schoonheid. Het Nederlandse Fotomuseum Rotterdam exposeert haar werk.
De zwaan is dood. Het oranje van de snavel steekt, net als het zwart van zijn poot, scherp af tegen de sneeuwwitte veren. Hij is gesneuveld aan de weg. Maar op de foto vormt hij, ogenschijnlijk ongehavend, met die geknakte hals een beeldschone compositie.
Bijna levensgroot hangt de zwaan in het Nederlands Fotomuseum Rotterdam. Naast een haas, een buizerd, een rat, een eend. Fotografe Sarah Engelhard (1980): ''Allemaal wilde dieren die je dus pas echt goed kunt bekijken als ze dood zijn. Ik wilde hun perfectie laten zien. Je zou denken dat een dood dier een ontzield ding wordt, maar door zo dichtbij hun fysieke kenmerken te laten zien, is het toch veel meer dan dat.''
Sarah Engelhard deed de Rietveld en studeert nu biologie. Je zou haar kunnen verdenken van een morbide fascinatie. Dode dieren, gesneefd in het verkeer, associeer je met bloed en viezigheid. Maar dat is nu precies waar ze niet op uit was. ''Dan zie je alleen nog maar verwondingen en niet het dier zelf. Het moest geen freakshow worden.''
Eerder fotografeerde ze afval in de stad. ''Rotzooi, oude matrassen, allemaal onbedoelde sporen die mensen achterlaten, als bijkomstigheid die niemand van te voren bedenkt. Met deze dode wilde dieren is dat hetzelfde. Hun dood door het verkeer is een onbedoelde bijkomstigheid.''
Haar interesse in wilde dieren in de stad is ontstaan toen ze midden in de nacht, in het centrum van Londen, een vos zag. ''Wilde dieren leven ook in of bij de stad en doordat er verkeer is, gaan ze dood. Ik zocht in die overblijfselen wat ze nog zo herkenbaar maakt.''
Ze vond ze zelf langs de weg, of mocht ze 'lenen' van de stadsecoloog, of de Dierenambulance. Iedereen was er wel van overtuigd dat Sarah Engelhard niet op zoek was naar onappetijtelijkheden. Dus kreeg zij ze mee, gewoon in een doos achter op de fiets, naar haar studio. ''Ik wilde ze fotograferen buiten de context van de plek waar ze waren gevonden. Hoe de straat eruit ziet, weten we wel.'' Ze legde ze, vertelt ze, eigenlijk gewoon neer: ''Zo, door de spierspanning die er nog in zat, kregen ze eigenlijk een heel natuurlijke houding. Je ziet het aan de eend, en aan de haas. Je kunt zien hoe hun fysiek functioneerde. Zie je hoe groot eigenlijk die achterpoten van een haas zijn? Ik heb alleen dat ene pootje, dat gebroken was, om de andere gevouwen.''
Ademloos heeft ze, toen ze met deze portretten begon, bestudeerd hoe perfect de dieren in elkaar zitten: ''Je ziet het anders nooit zo precies. Die fijne pootjes van muizen of ratten, de zachtheid van de veertjes van een uil, waardoor die zo geruisloos kan vliegen. Je voelt hoe licht dat lijf eigenlijk is. En kijk, de veertjes op de oogleden. Ook zag ik toen pas echt hoe zeer konijnen en hazen van elkaar verschillen, nog veel meer dan je op het oog zou zeggen. En bij de buizerd, voelen hoe scherp zijn klauwen zijn, terwijl die snavel weer helemaal niet zo scherp is. En kijk dat zeefje in een eendenbek. Het is eigenlijk onbeschrijflijk als je deze wilde dieren van zo dichtbij ziet.''
Die fascinatie is in de portretten terug te zien. Eigenlijk is aan de foto's niets doods - behalve misschien die van het vosje door een troebel oog. Hoogstens zijn ze allemaal ongebruikelijk stil. En erg mooi.
Bloed komt er dus niet aan te pas. Eén keer heeft ze een muis gefotografeerd waarvan de buik is opengereten. ''Maar dat was eigenlijk om dat mooie van die pootjes te laten zien, met die nageltjes en kootjes. Ze hebben zich allemaal aangepast aan leven in en rond de stad, zo perfect als ze zijn. En toch zijn ze zo kwetsbaar. Is er, doordat ze ergens tegenaan vlogen, of werden aangereden, toch iets kapot gegaan.''
Haar serie dode wilde dieren in de stad is af, maar nog steeds wordt ze gebeld door vrienden of bekenden. ''Die hebben dan een dode merel, of een dode rat en dan ga ik ze toch maar halen. Toch weer nieuwsgierig. Maar dat moet nu wel afgelopen zijn. Zo groot is de vriezer van mijn moeder nu ook weer niet.''
Sarah Engelhard
Dierenportretten Still Wild
Nederlands Fotomuseum Rotterdam, tot 23 augustus