De voorstelbare haat van oud-bokser Joe Frazier op het Idfa
18-11-09 11:35 uur
Mohammed Ali (r) slaat het zweet uit het kapsel van Joe Frazier in de 'Thriller in Manila', hun legendarische gevecht in 1975. Foto AP
Op het Idfa is een prachtige documentaire te zien over de 'Thriller in Manila'. Het boksgevecht uit 1975 tussen Mohammed Ali en Joe Frazier wordt belicht door de ogen van de 63-jarige Frazier, die er prat op gaat dat hij Ali monddood heeft geslagen.
Hij lacht en hij zingt, Joe Frazier. Hij woont in een kamertje boven zijn eigen boksschool en als avondeten lepelt hij blikken soep en maïs naar binnen. Smokin' Joe vindt het allemaal prima.
Ali lacht en zingt niet meer. En voor Frazier nog belangrijker: hij praat niet meer. Dat de Parkinson-patiënt Ali zich al jaren niet meer in het openbaar vertoont, ziet Frazier als zíjn verdienste. Ali won twee van de drie gevechten met Frazier in de vroege jaren zeventig, maar aan de lichamelijke en geestelijke staat van twee zestigers leest Frazier graag het definitieve oordeel af.
Belangrijker dan de sportieve genoegdoening vindt Frazier echter de persoonlijke wraak. Frazier voelt zich tot in het diepst van zijn wezen beledigd door Ali en hij heeft een punt, zo wil de schitterende documentaire aantonen.
Ali wordt in retroperspectief doorgaans beschouwd als het sportieve icoon van de (zwarte) emancipatie in de jaren zestig en zeventig, maar met de beschimpingen van Frazier toont hij ook zijn haatdragende en discriminatoire kant.
The Greatest werd in de tijd dat hij vanwege zijn dienstweigering niet mocht boksen financieel ondersteund door wereldkampioen Frazier, maar in Manila afficheerde Ali zijn voormalige geldschieter als gorilla en 'Uncle Tom'. Weliswaar ging daar een stekeligheid van Frazier en een lange vete aan vooraf ('Ik blijf hem Cassius Clay noemen in plaats van Mohammed Ali, want ik heb hem als Clay leren kennen'), maar de manier waarop Ali zijn tegenstander ontmenselijkt, gaat ver.
Frazier houdt er een haat aan over die hij pas bij zijn laatste adem wil loslaten. En Smokin' Joe onthult dat hij die laatste adem ook best tijdens het titelgevecht in Manila had willen uitblazen. Ali heeft zich immers nooit face-to-face verontschuldigd bij Frazier, beweert Frazier.
Via archiefbeelden en interviews met kopstukken van het gevecht (inclusief presidentsvrouw Imelda Marcos en Georgie Benton, de enige overgebleven trainer in de hoek van Frazier) construeert Thriller in Manila een voorstelbaar beeld van een levenslange haat.
Daarmee is de film een verlengde van het boek van de voormalige Sports Illustrated-verslaggever Mark Kram: Ghosts of Manila (2001). Ook daarin wordt het beeld van de louter heroïsche en welwillende Ali ontkracht en wint good old Frazier aan sympathie. (JOP VAN KEMPEN)
Thriller in Manila (2008) draait donderdag om 20.15 uur in Pathé De Munt, zondag om 22.15 uur in Pathé De Munt en zaterdag 28 november om 16.15 uur in Tuschinski.