Dribbelaars vallen af in de Champions League
30-04-09 11:12 uur
update
John O'Shea scoorde al na ruim een kwartier. Foto AP
AMSTERDAM - In de eindfase van de Champions League sneeuwen de dribbelaars vooralsnog onder in het krachtvoetbal. Dat is de conclusie na de eerste twee duels in de halve finales van het toernooi. Arsenal legde het woensdagavond in Manchester af tegen United (1-0) door een doelpunt van verdediger John O'Shea. Een dag eerder was het lichtvoetige Barcelona niet opgewassen tegen het betonvoetbal van Chelsea (0-0).
De motoriek van de voetballer wordt steeds vaker opgeofferd aan die van het elftal. Liever tweebenige krachtmensen met een onbeperkt uithoudingsvermogen op het middenveld dan een spelbepaler. En waarom ook niet, zal Manchestercoach Alex Ferguson zeggen, in een sport waarin de spelers de bal vaker niet dan wel hebben.
Het middenveld dat Ferguson tegen Arsenal het veld instuurde - Darren Fletcher, Michael Carrick en Anderson - was er niet voor de creatieve impulsen, maar om de spierballen te laten rollen en het tempo hoog te houden.
In dat krachtenveld liepen de dribbelaars van Arsenal zich stuk. Sami Nasri, niet gezien. Theo Walcott, soms een flonkering. Cesc Fabregas, wanhopig zoekend naar een oplossing, zoals de artiesten van zijn oude club Barcelona dat de avond ervoor ook deden tegen Chelsea.
De dribbelaars hadden het zwaar, óók die ene van Manchester, Cristiano Ronaldo. Altijd werd hij omringd door twee tegenstanders, Kieran Gibbs en Alexandr Song. Gleed hij langs de één, was er altijd weer een voet of een schouder van de ander om een solo vroegtijdig te beëindigen. Al vroeg in de wedstrijd verliet de Portugees de rechtervleugel, op zoek naar ruimte voor de actie.
Die kwam er niet, ook niet in de tweede helft. Ook al legde zijn companen in de aanval, Wayne Rooney en Carlos Tévez, een halve marathon af om Arsenal in verwarring te brengen. Ronaldo raakte geïrriteerd, getuige zijn opzichtige valpartijen en het misbaar dat hij maakte naar arbiter Larsen, die hem weigerde een vrije trap te geven voor zijn duikelingen.
Het zijn maniertjes die zijn Argentijnse evenknie, Lionel Messi van Barcelona, vreemd zijn. De twee staan te boek als de beste voetballers van dit moment. Avonturiers aan de bal. Toch kun je ze nauwelijks met elkaar vergelijken. Ronaldo is groot en sterk (1.84 meter, 78 kilo), Messi is klein en behendig (1,69 meter, 64 kilo).
Het wapenarsenaal van Ronaldo is gevarieerder. Hij is niet afhankelijk van zijn dribbels alleen. Met een ziedend afstandschot in de wedstrijd tegen FC Porto hielp hij zijn club naar de halve finales van de Champions League. Hij deed het gisteren dunnetjes over, maar zijn knal in de 69ste minuut spatte uiteen op de lat.
Voor rust was Ronaldo al dicht bij de 2-0 met een puike kopbal, want ook in de lucht is hij sterk.
In het krachtvoetbal sneeuwen de dribbelaars vooralsnog onder. Arsenal zal hopen dat de ideeënrijke Robin van Persie volgende week hersteld is van zijn liesblessure en het verschil kan maken.
En Barcelona? ''Op Stamford Bridge zullen wij wéér aanvallen en proberen doelpunten te maken. Zo denken wij over voetbal,'' deelde trainer Josep Guardiola een sneer uit naar het cynische spel dat Chelsea dinsdagavond in Camp Nou op de mat legde. (DICK SINTENIE)