Ombudsman over NZ-lijn: 'wethouders hebben schuld'
25-02-09 12:04 uur
De gemeentelijke diensten werken bij de aanleg van de Noord/Zuidlijn volkomen langs elkaar heen. Ze maken fouten en nemen (onjuiste) beslissingen. Dit blijkt uit het conceptrapport van de ombudsman over de verzakkingen aan de Vijzelgracht.
Tjeerd Herrema valt niets te verwijten, was de teneur van de reacties op het aftreden van de Amsterdamse wethouder, na de zoveelste financiële tegenvaller en de weer verschoven opleveringstermijn van de Noord/Zuidlijn.
Hij zat opgezadeld met de rampzalige financiële afspraken tussen Amsterdam en het rijk, gebrek aan risicomanagement, een te optimistische organisatie en een knoeiende aannemer.
Maar uit het conceptrapport van de gemeentelijke ombudsman, dat op 6 maart verschijnt, blijkt dat onder Herrema's verantwoordelijkheid grote fouten zijn gemaakt en bewoners werden voorgelogen.
Ook de andere betrokken wethouder, Maarten van Poelgeest (na Herrema's vertrek tijdelijk geheel verantwoordelijk voor de metrolijn) valt het nodige te verwijten. Hij bemoeide zich nauwelijks met de Dienst Milieu en Bouwtoezicht, de toezichthouder op het bouwwerk.
Het conceptrapport van de ombudsman, in bezit van Het Parool, gaat over de zware verzakkingen van september vorig jaar aan de Vijzelgracht. Ter herinnering: op 19 juni was er een eerste ernstig incident op dezelfde plek, waarover de ombudsman al een vernietigend rapport uitbracht.
De bouwwerkzaamheden werden na 19 juni stilgelegd voor onderzoek en reparatie. Op 9 september werd de aanleg van metrostation Vijzelgracht hervat. Al de volgende dag werd de zaak weer stilgelegd vanwege verzakkingen. Sindsdien ligt de bouw geheel stil.
In zijn zoektocht naar de vraag of de gemeente adequaat heeft geopereerd, betrekt ombudsman Ulco van de Pol het incident in juni. De verzakking van 19 juni werd voorafgegaan door een ondergrondse lekkage op 17 juni. Het ontstane gat kon toen nog snel worden gedicht, zodat grote verzakkingen uitbleven.
Achteraf bezien was die allereerste lekkage een indicatie van de zwakte van de gehele ondergrondse stationswand. Bovendien was het een voorbode van de ellende in het najaar. Op 10 september ontstond op dezelfde manier als op 17 juni een gat in de betonnen wand.
Maar het gemeentelijke Projectbureau Noord/Zuidlijn, belast met de uitvoering, sloeg totaal geen acht op de oorzaak van de lekkage van 17 juni. Het bureau focuste zich uitsluitend op de lekkage van twee dagen later, die het gevolg was van een achtergebleven voegplank en niet was veroorzaakt door de zwakke plekken en de ondermaatse kwaliteit van de complete wand.
De Dienst Milieu en Bouwtoezicht had wel meteen in de gaten dat de lekkage van 17 juni kon duiden op structurele problemen. Maar de dienst eiste geen onderzoek van het projectbureau naar de kwaliteit van de complete wand en ondernam zelf ook niets in die richting.
Een van de meest onthutsende passages uit het rapport betreft een overleg op 18 juli. Een contractmanager van het projectbureau stelt daar voor 'de werkzaamheden zonder nader onderzoek te hervatten'. Voor twijfel aan de kwaliteit van de ondergrondse wand is geen reden, meent hij.
Namens het projectbureau werd dus voorgesteld door te graven, al tastte men nog in het duister over de oorzaken van de eerste verzakking. Het voorstel werd door de andere gesprekspartners verworpen, maar het zegt iets over het projectbureau.
Volgens een hoge ambtenaar werd de contractmanager vlak voor het aftreden van Herrema - die de conclusies van de ombudsman toen al kende - op non-actief gesteld.
De verantwoordelijke wethouders maken geen sterke indruk in het rapport. Herrema moest het Projectbureau Noord/Zuidlijn aansturen. Hij zat er niet bepaald bovenop, getuige de constatering van de ombudsman dat uit de hem overgelegde stukken 'niet blijkt van de betrokkenheid van de wethouder bij het proces van stillegging tot de hervatting van de werkzaamheden'.
Pas na de verzakking van 19 juni werd Herrema zich bewust van de spanningen tussen het projectbureau en de Dienst Milieu en Bouwtoezicht (DMB). Hij wist niet dat het projectbureau na de eerste verzakking door had willen graven zonder nader onderzoek. En de vereiste schriftelijke instemming van de DMB met hervatting van het graafwerk op 9 september, bereikte hem zes dagen nadien, dus ná de grote verzakkingen van 10 september.
Ter verdediging van Herrema kan dienen dat hij bij zijn aantreden in 2006 een 'cultuur van optimisme' aantrof bij het projectbureau, die hij probeerde 'om te buigen naar realisme'.
Maarten van Poelgeest, verantwoordelijk voor de Dienst Milieu en Bouwtoezicht, stelde zich vanaf zijn aantreden afstandelijk op jegens de dienst. Als reden noemt hij tegenover de ombudsman de toezichthoudende rol van de dienst, 'die onafhankelijkheid en technische expertise vereist'.
'Er was eens per drie maanden een stafvergadering waarin de Noord/Zuidlijn wel eens op de agenda was gekomen, maar niet in verband met de lekkages,' schrijft de ombudsman. 'Hij hield de lijn aan: geen bericht is goed bericht. Dat bleef zo tot na het tweede incident.' (van 10 september - red.)
Van Poelgeest merkte pas na de verzakkingen in september dat de cultuur bij de dienst was gericht op meedenken met het projectbureau 'en niet op zelfstandige en onafhankelijke oordeelsvorming'. En pas na lezing van een eerder rapport van de ombudsman (over de verzakking van 19 juni, verschenen eind oktober 2008) besefte hij dat er onvoldoende toezicht was op de aanleg van de metrolijn. 'Hij kreeg geen signalen van dien aard uit de organisatie.'
In de omgang met de getroffen bewoners liet de gemeente ernstige steken vallen. In een bewonersbrief meldde het projectbureau op 4 september dat onderzoek had aangetoond dat er 'naast de al bekende zwakke voegen (in de stationswand -red.) geen andere lekkende of zwakke plekken zijn'. Het projectbureau wist echter dat het onderzoek daarover geen zekerheid bood en dat er meer dan zeventig afwijkingen waren aangetroffen. ''De informatie in de bewonersbrief is daarmee regelrecht in strijd,'' schrijft Van de Pol. Met andere woorden: het projectbureau loog.
Dat was voor de tweede keer. In zijn eerste rapport had de ombudsman al vastgesteld dat het projectbureau de bewoners verkeerd had geïnformeerd over het zogeheten 'monitoringsysteem', het computersysteem met spiegeltjes dat verzakkingen aan de panden moet registreren. Dat systeem werkte wel, maar functioneerde, anders dan het projectbureau had verteld, niet als alarm, maar signaleerde verzakkingen vier uur later dan ze hadden plaatsgevonden. De bewoners waren dan ook, zei de ombudsman later, 'misleid'. (TON DAMEN en BAS SOETENHORST)
Het volledige conceptrapport van de ombudsman over de Noord/Zuidlijn is vanaf 14.00 uur te downloaden vanaf onze site.