'Bestuur wist niets van risico's Noord/Zuidlijn'
16-09-09 11:15 uur
Het Projectbureau Noord/Zuidlijn (PBNZL), en het daaraan gekoppelde adviesbureau met experts en bouwers, kwam tussen wal en schip terecht. Foto ANP
AMSTERDAM - Het Amsterdamse stadsbestuur was aan het begin van de bouw van de Noord/Zuidlijn onkundig van de bouwcontracten, waarin stond dat alle risico's voor rekening van de gemeente kwamen.
Ook wethouder Geert Dales, projectwethouder en wethouder Financiën zou het niet geweten hebben.
Dit bleek gisteren uit de getuigenis van Kees Veerman van de directie Concern Financiën Amsterdam, die tussen 1992 en 2005 direct rapporteerde aan de wethouder. In elk geval wist de afdeling Financiën van de gemeente daar tot Veermans vertrek niets van.
Veerman vertelde de enquêtecommissie, die onderzoek doet naar de problemen bij de bouw van de Noord/Zuidlijn, dat hij onlangs in de krant had gelezen dat de gemeente opnieuw aan het onderhandelen was over de contracten. Toen pas werd het hem duidelijk. Het was de eerder dit jaar afgetreden wethouder Tjeerd Herrema die had onthuld dat in contracten was vastgelegd dat de risico's voor rekening van de gemeente kwamen. Herrema heeft de risico's alsnog laten afkopen.
De enquêtecommissie vroeg of dit betekende dat ook Geert Dales dit in 2002 niet wist. Veerman was geneigd dat te bevestigen: ''Ja, ja. Eh. U zou het hem kunnen vragen, natuurlijk.'' Veerman vertrouwde er echter op, zei hij, dat zijn verantwoordelijke collega's van de diensten waaronder de metrobouw viel, de touwtjes in handen hadden.
De diensten die verantwoordelijk waren, wisselden echter. De verantwoordelijkheid lag eerst bij het vervoersbedrijf GVB. Normaal gesproken zou de uitvoering daarna naar de Dienst Publieke Werken (PW) gaan, maar die werd in Amsterdam ontmanteld, omdat de politiek vond dat die te veel macht in de stad had.
Het Projectbureau Noord/Zuidlijn (PBNZL), en het daaraan gekoppelde adviesbureau met experts en bouwers, kwam tussen wal en schip terecht. Het project 'verhuisde' van het GVB en PW naar een nieuwe dienst in oprichting, de Dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer (Divv). Het projectbureau ging intussen ongecontroleerd zijn gang. Het viel aanvankelijk alleen op papier onder Divv.
Veerman bemoeide zich niet met de collegadiensten, die ook zelf financieel toezicht hielden. Hij verrichte wel financiële controles op hoofdlijnen, en trad alleen op als de rapporten van Divv en het projectbureau daar aanleiding toe gaven.
Op de vraag of hij rond het besluit in 2002 om met de bouw te starten geen extra onderzoek had verricht, zei Veerman: ''Nee, als die risico's niet op papier stonden, waren die risico's er voor ons dus ook niet. We kunnen niet het werk van andere diensten over gaan doen.''
Maarten de Boer, ambtenaar van de Bestuursdienst, schetste hoe Amsterdam midden jaren negentig vrij pardoes uit vijftien varianten besloot tot het huidige metrotracé, met diepe stations door de Ferdinand Bolstraat.
Een extreem dik rapport schetste de techniek en risico's, maar niet zozeer kosten, en evenmin waren andere varianten goed doorgerekend. Toen een delegatie uit Rotterdam vertelde over de succesvolle 'wandendakmethode', had Amsterdam al voor boren gekozen. Nieuw onderzoek zou vijf jaar vertraging opleveren.
Dat in die jaren het rijk geen risico's wilde overnemen, maar Amsterdam afscheepte met een totaalbedrag, lag volgens De Boer aan immer slechte verhoudingen met Den Haag. Bovendien had Rijkswaterstaat lucht gekregen van de onbeheersbare risico's.
Amsterdam besloot toch tot de bouw, toen de begroting sluitend was gemaakt met een 'potje' van 132 miljoen euro. De herkomst van dat bedrag is volgens Veerman een raadsel, maar volgens De Boer was het een resultaat van wat aan reserves gevonden kon worden.
Extern adviseur Endre Horvat waarschuwde er gisteren voor dat de gemeente nog steeds de deskundigheid miste om de metrobouw in goede banen te leiden. Zolang er geen manager is om zaken te coördineren en zolang de directeuren van het Projectbureau Noord/Zuidlijn en Amsys (de instantie verantwoordelijk voor metro's) onvoldoende deskundig zijn, 'blijven de risico's veel te hoog'.
Horvat prees omstandig één bestuurder, Tjeerd Herrema, die zich 'meer dan welke wethouder ook' had ingezet om de kwaliteit van het projectbureau te verbeteren. Maar Herrema is opgestapt. (TON DAMEN)