Opinie Bewaar

Wat heeft mijn zoon op deze wereld te zoeken?

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

'Weet je wel wat je aan het doen bent, pappa?" vraagt mijn zoon, terwijl hij de dop van de donkergroene stift op de lichtblauwe stift drukt.

We liggen op zijn bed. Hij praat over de dag die bijna voltooid is. We worden geflankeerd door knuffelbeesten. Hij slaat zijn rechterarm om me heen. Ik heb nog nooit zo veel van een mens gehouden.

Dit mannetje maakt mijn hart zo groot dat ik bang ben dat het te weinig ruimte heeft om te kloppen. Op zijn pyjama staan dinosaurussen en op zijn dekbedovertrek staan treinen. Als ik naar hem kijk, past mijn hart niet meer in mijn borstkas.

Hij drukt zijn gezicht tegen mijn gezicht aan en fluistert dat ik zijn beste vriend ben. Zijn adem ruikt naar kant-en-klare pastasaus en naar de woorden die hij morgen zal zeggen. Hij vraagt of ik de spierballen in zijn armen wil voelen. Maar natuurlijk, zeg ik, en ik knijp hem in zijn arm om te voelen of ik niet droom.

Als hij helemaal weg is, sluip ik zijn kamer uit. Maar niet voordat ik tegen de knuffels heb gezegd dat ze hem moeten beschermen en dat als hem iets overkomt, ik een ketting van al hun ogen maak.

Dit mannetje maakt mijn hart zo groot dat ik bang ben dat het te weinig ruimte heeft om te kloppen

Mijn vrouw is op de bank in slaap gevallen. Ik kruip ­tegen haar aan en kijk op onze televisie naar het voorprogramma van het einde van de wereld.

Als ik naar het nieuws kijk, weet ik om eerlijk te zijn niet wat mijn zoon op deze wereld te zoeken heeft. Er zijn meer oorlogen dan regenbogen. En er schijnt misschien wel licht aan het einde van de tunnel, maar het einde van de tunnel is ook maar gewoon het begin van de tunnel voor tegenliggers.

Dan hoor ik de voetstappen van mijn zoon op de houten vloer in de hal. Hij rent blootsvoets langs de boekenkast, ploft neer op de bank en valt meteen weer in slaap. Ik til mijn vrouw op en breng haar naar bed. Daarna til ik mijn zoon op en breng hem naar hetzelfde bed waar mijn vrouw in ligt. Ze liggen prachtig naast ­elkaar, als twee onontdekte Waddeneilanden. Schiermonnikoogappel en Dameland.

Ik ga in het midden liggen en sla mijn linkerarm om mijn vrouw heen en mijn rechterarm om mijn zoon. Als een fietsenrek lig ik daar. Mijn armen cijfersloten.

Ik kijk naar links en zie een meer dan volmaakte opeenhoping van atomen. Ik kijk naar rechts en zie een meer dan volmaakte opeenhoping van atomen.

Mijn zoon laat een scheet in zijn slaap. Zijn scheet ruikt naar stroopwafels en vanille-ijs. En dan val ik in een diepe slaap, omdat mijn hart niet meer in mijn borstkas past. Mijn borstkas heeft een uitbouw nodig. De knuffels van mijn zoon lopen met een gereedschapskist de slaapkamer binnen. Ze weten wat er moet gebeuren.

Het hart verlangt soms naar een serre.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees hier al zijn columns terug. Reageren? james@parool.nl