Opinie Bewaar

Onder water kan ik de jongen zijn die nooit man wilde worden

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

Zes jaar geleden kocht ik voor 24,99 een snorkelset in een sportwinkel op de Arenaboulevard. In die tijd had ik vrijwel elke dag een verdrinkingsdroom en mijn toenmalige vriendin vond dat ik mijn angst een keer recht in de ogen moest aankijken.

Confronteren is overwinnen, zei ze. Confronteren is overwinnen, zei de vrouw die een paar dagen eerder op ons aanrecht klom toen ze een muis door de keuken zag trippelen.

En zo volgde ik, geheel tegen mijn natuur in, haar raad op. Ik kocht een snorkelset en op onze eerstvolgende vakantie ging ik kopje onder om in een schermutseling met de golven te belandden.

Meteen was er die rust. De nederigheid van een landrot. Ik voelde dat ik nooit van de zee zou kunnen winnen. En als je niet kunt winnen, is iets geen wedstrijdje meer en daar waar geen wedstrijdelement bestaat, is ­alleen vriendschap.

Ik zweef aan de bovenkant van de Middellandse zee. Als een roofvogel hang ik in de golven, maar ik ben het niet. In dit verhaal is de zee het roofdier, ik ben gewoon maar een mens. Een roomblanke crouton die in het ­oneindige dobbert.

Een kwal dwarrelt voorbij. Ik ben gek op kwallen. De kwal is namelijk de enige pijnbezorger op deze aardbol die een galajurk draagt op het moment van pijn doen. Kwallen zien er altijd uit alsof ze naar de opera gaan.

Op de zeebodem die onder mij ligt, zie ik een clubje zee-egels tussen de rotsen. Ik ben bang voor zee-egels. Vroeger was een zee-egel gewoon een vis met een 'niet storen'-bordje om zijn nek, maar de andere zeedieren bleven hem maar storen, dus toen drukte hij vijftig scherpe stekels uit zijn lichaam. En sinds die dag is de zee-egel compleet onbenaderbaar.

Onder water kan een mens opgaan in de fantasie die boven water niet getolereerd wordt

Onder water kan een mens opgaan in de fantasie die boven water niet getolereerd wordt. Daar waar geen zuurstof is, kan alles nog gewoon. Onder water kan ik de jongen zijn die nooit een man wilde worden.

Ik kijk naar de zee-egels en vraag me af of je met ze kunt gooien. En of ze dat fijn zouden vinden. Een soort sneeuwbalgevecht, maar dan met zee-egels. Handschoenen aan en gooien maar. Ik denk dat, diep in hun stekelachtige hart, zee-egels ook aangeraakt willen worden. Jezelf beschermen is prima, maar de zelfbescherming van de zee-egel is gewoon zelfbelemmering.

Onder water zie ik soms ook de mensen die er niet meer zijn. Ik weet niet waarom, maar ik denk dat ik hoop dat iedereen die sterft kieuwen en vinnen krijgt en dat de wereldzeeën samen de hemel vormen. Dat je als mens dus kunt jetskiën over de hemel. En dat je als je in de zee plast, je in feite tegen je complete stamboom aan het urineren bent.

Ik loop de zee uit en kijk naar de mensen op hun badlakens. En de mensen op hun badlakens kijken naar mij. Ik houd mijn buik zo erg in dat ik dat wat ik twee weken geleden heb gegeten, kan proeven. Ik proef de shoarma van eethuis Ali Baba op de Rozengracht.

"Heb je nog mooie vissen gezien?" vraagt mijn vrouw, die een halve liter factor 50 op mijn verbrande nek smeert.

"Het was prachtig, schat. In mijn volgende leven wil ik een kwal zijn."

"Alweer?"

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug. 

Reageren? james@parool.nl