Opinie Bewaar

Lezers reageren: mag je hier nog afwijken van de norm?

Beeld van een paar jaar geleden: de slang op het Slangenpand. Het werk kwam vervolgens in het Amsterdam Museum terecht.
Beeld van een paar jaar geleden: de slang op het Slangenpand. Het werk kwam vervolgens in het Amsterdam Museum terecht. © ANP

Hebben alternatievelingen nog een plek in de stad? Dat vroegen we dinsdag na een artikel over 'anders zijn' in Amsterdam. Paroollezers reageren.

Diversiteit terug

Uiterlijk vertoon is geen symptoon van vrij zijn. Wat ik zorgelijk vind is dat de leefbaarheid in de stad verandert, simpelweg doordat in het centrum en de 'goede' wijken woningen onbetaalbaar zijn geworden.

Diversiteit is van belang, dus: sociale huur, woningen voor de lagere inkomens, van gezin tot aan alleenstaanden met een enkel inkomen. Maar die groep trekt weg uit de stad. Dat is een groot gemis.

Breng je die diversiteit terug, dan wordt de stad vanzelf creatiever en leefbaarder. Dat is immers de groep die meer moet improviseren. En dat levert weer authentieke creativiteit op. Niet iets dat je koopt. 
Corine Bakker

Kleurrijk persoon verloren

Graag verwijs ik naar het artikel 'De stad aan het einde van haar stedelijkheid' van Mark Elchardus, gepubliceerd op 15 april in De Morgen.

Zelf heb ik in mijn dertiger jaren in Amsterdam gewoond, het was een dream come true, maar al snel realiseerde ik me hoeveel vrijer ik mij voelde in Brabant en hoe Amsterdam zich toen al begaf op een scharniermoment (de moord op Theo van Gogh), de spanning die ik voelde in Oost waar ik woonde was voelbaar.

Eenmaal terug in Brabant realiseerde ik me dat 'de vrije stad Amsterdam als vrijplaats voor individuele ontwikkeling en stimulans voor eigenzinnigheid en expressie' door dogmatiek en intoleratie was verruild. Toen ik vertrok trapte ik hard op het gaspedaal. 

Juist de kleinere steden en de dorpen zijn nu de creatieve uitingsplaatsen. Je mag er - veel meer - zijn wie je wilt zijn. Mijn snelle analyse: het kapitalisme en de sociale ontwrichting ten gevolge van de komst van de Islam. Amsterdam, verworden tot een soort veredelde Raqqa.

Mijn hart doet pijn bij het zien van de foto van de stringskater. Hij is de uiting van een verleden waar in het heden geen plaats meer voor is. Ongekend hoe verbangd en gegijzeld Amsterdam en andere steden zijn geworden door de intolerantie van de verbitterde nieuwe Nederlanders en het snoeiharde kapitalisme. 

Dit is niet mijn Nederland, niet mijn stad. Dus ik ben vertrokken uit die mooie gegijzelde stad. Ik wil niet tussen die mensen wonen. Hou alles maar, neem alles maar, alles.

Maar wie ik ben en waar ik mij uit en mijn plezier beleef, weg van die gegijzelde verbittering en verruwing, dat is het goud wat men mij nooit af kan nemen.

Met mij, en ik denk vele anderen, heeft Amsterdam een kleurrijk persoon verloren. Vergrauwde mensen heb ik de rug toegekeerd. Intolerantie heeft Amsterdam lelijk gemaakt. 
Santiago van Nuenen

Niks mis met de middenklasse

Jaap Draaisma (oud-kraker) stelt dat de middenklasse, jongeren en blanken het straatbeeld bepalen. En dat het kleurrijke van de armoedecultuur verdwijnt. Het is ook nooit goed. 

Dat de onderklasse (hoe definieer je die trouwens?) het straatbeeld bepaalt, wordt ook als onwenselijk beschouwd - althans: wordt naar de opvang gestuurd. De bovenklasse zie je niet op staat. En jongeren? En blanken? Hier in de binnenstad zien we voornamelijk jongeren met een kleurtje (!). De blanken die rondwandelen zijn babyboomer of toerist.

De vraag is wat daar mis mee is: (oud-)krakers slagen er altijd uitstekend in hun eigen privéwaarheid (subjectief) als iets algemeen vaststaands (objectief) te presenteren. Bijvoorbeeld dat het lullig is als een 'kleurrijke armoedecultuur' verdwijnt. 

En over subjectief gesproken: privé ben ik blij dat de kleurrijke armoedecultuur van de krakers is verdwenen en dat de middenklasse, de jongeren en toeristen (m/v, blank of zwart en alles daar tussenin) hun geld in de binnenstad laten rollen. 
Norbert Splint

Een basisinkomen voor iedereen

In 1993, 17 jaar oud, homo, kwam ik naar Amsterdam op zoek naar vrijheid en liefde. Ik kreeg een kamer aangeboden in een Osho-commune.

Nauwelijks had ik daar mijn spullen uitgepakt of ik kreeg te horen dat ik een aidstest moest doen en als ik hiv-positief zou zijn, zou ik niet welkom zijn. Uit principe weigerde ik en ik moest meteen weer vertrekken.
In de daaropvolgende periode was mijn verblijfplaats steeds onzeker. Ik kreeg een paar weken onderdak aangeboden in een kraakpand op de Houtkopersburgwal.

Ik paste op een huis van rijke kunstverzamelaars die op vakantie waren.
Ik kon een tijdje een kamer huren bij de barman van café De Shako. Dat was mijn stamkroeg, een oud bruin café dat bezocht werd door kunstenaars, alcoholisten, hoerenjongens en intellectuelen.

Daar kwam ik ook mijn eerste vriendje tegen, die in een woongroep vlakbij het Vondelpark woonde. We gingen samenwonen en toen was er meer zekerheid in mijn leven, maar niet minder avontuur.

Mijn vriendje, met wie ik een open relatie had, liet mij het alternatieve Amsterdam zien. Ondergrondse krakersdisco de Trut, de Roxy, Ruigoord. Het naaktveldje in het Vondelpark.

De ene avond zat ik tussen gothics in café Korsakoff, de andere avond tussen leernichten met snorren en politiepetten in de Warmoesstraat.
Ik ontmoette dragqueens en trok zelf een paar keer een jurk aan. Ik lag in bed met backpackers vol verhalen uit vreemde landen. Ik dacht dat Amsterdam altijd zo kleurrijk was geweest en altijd zo zou blijven.

De verandering werd voor mij merkbaar na het jaar 2000. Steeds meer homokroegen sloten. Internet, zei men. En studenten konden minder uitgaan omdat ze snel moesten afstuderen en al tijdens het studeren moesten werken.

De hanekammen werden afgeschoren, de leernichten gingen spijkerbroeken dragen. De Hare Krishna's zongen niet meer in de Kalverstraat.

Ik werd angstiger op straat - bang om uitgescholden te worden als homo.

En het ging maar door: prostituees moesten hun ramen sluiten, coffeeshops werden ingeperkt. Vrienden begonnen te verhuizen naar Berlijn. Daar was nog vrijheid en daar kon je goedkoop wonen.

Dat laatste werd een steeds belangrijker punt. De rijken hadden Amsterdam opnieuw ontdekt en dreven de huizenprijzen op. Op de grachten verdrong de 'sloep' het eenvoudige bootje.

Toen de musea weer opengingen en de hipsters de oude wijken overnamen, leek Amsterdam even te herleven. Maar de nieuwe toeristen bleken gewoon consumenten zonder binding met de stad en de hipsters bleken er een veeleisende, dure levensstijl op na te houden.

Geleidelijk merkte je de Amsterdammers minder trots werden op hun relaxte levenshouding en onzeker werden over hun carrière en status. De toegenomen competitie gaf een gevoel van onrust en zelfs armoede, ondanks de toegenomen welvaart.

De belangrijkste les die ik heb geleerd is dat vrijheid niet alleen ruimte is om te doen wat je wil, maar vooral ook de mogelijkheid om nieuwe werelden te ontdekken.

Dat is niet hetzelfde, want wat je wil is vaak ingegeven door je achtergrond en je kan moeilijk willen wat je nog niet kent. Subculturen en afwijkende individuen helpen je om alternatieve manieren van leven te ontdekken. Zo wordt vrijheid creativiteit.

Die rijkdom kan je niet rechtstreeks kopen, want met geld hou je de controle en schep je afstand.

Hoe organiseer je dan de noodzakelijke chaos? Tijd en ruimte is wat er hoe dan ook nodig is. In de jaren '80 ontstond tijd en ruimte vanzelf dankzij werkloosheid en leegstand.

Nu zijn er in Amsterdam vooral nog gesubsidieerde oases, waarin de gebruikers zich in bochten moeten wringen om te bewijzen dat ze 'vernieuwend' zijn en iets toevoegen, dat wil zeggen dat ze zich toch weer moeten aanpassen aan heersende normen in plaats van dat ze die ter discussie stellen.

We moeten daarom fundamenteler nadenken over ons recht om te bestaan. Als er weinig ruimte is én we zijn gedwongen om hard te werken binnen de bestaande sociale structuur om de huur te betalen, dan zijn de basisvoorwaarden voor subculturen en individuele eigenzinnigheid afwezig.

Een basisinkomen en sociale huur voor iedereen, mensen en bedrijven, dat zou mooi zijn.
Pieter Voogt

Stad nu gevarieerder dan in krakers- en RoXY-tijd

Mooie stelling: in Amsterdam mag je niet meer afwijken van de Norm. Dat is nieuw, hebben we tegenwoordig een norm in Amsterdam? Ik zou niet weten welke dat is. Is een baan de norm? Dan vallen Dennis van dierenwinkel Ambulia en minister Bert Koenders er allebei onder, en die vind ik nogal verschillend.

Is veel geld de norm? Dan zou je in de stad struikelen over de Won Yips, en dat is mij nog niet overkomen. De toerist misschien? Misschien in het centrum, en alleen als je er als buitenstaander naar kijkt. Wie ziet hoe verschillend de buurten van Amsterdam zijn, bijvoorbeeld qua mensen, geloven en stemgedrag, kan niet anders dan vaststellen dat Amsterdam waarschijnlijk gevarieerder is dan in de periode met krakers en de RoXy die sommige mensen zo graag op een voetstuk zetten.

Dat de bijzondere mensen van nu geen lelieblanke krakers of stringskaters meer zijn staat vast, maar je kunt ook moeilijk van zo'n geweldige stad verwachten dat  ze dertig jaar stilstaat.

Etto Eringa

Lees terug: Kun je in Amsterdam nog anders zijn?