Opinie Bewaar

Je hebt de ik-kon-geen-nee-zeggenbriefkaart gekocht

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

Op de kant van de Prinsengracht ligt een bosje bloemen. Het bosje ligt precies tussen twee bootjes die op de drempel van zinken staan. Drie Engelse toeristen waterfietsen voorbij, hun oogwit is roder dan de lap van een matador en de pupillen bokken als jonge stieren.

Een plastic tas vol blikjes lauw daklozenbier rust op de schoot van de toerist die niet aan het trappen is. Hij doet niets en toch stroopt hij zijn mouwen op. Zo worden de tatoeages op zijn keukenrolwitte bovenarmen zichtbaar.

Onder het logo van voetbalclub Sunderland staat een portret van een vrouw van wie ik hoop dat ze zijn moeder is.

Boven op het bosje bloemen ligt een kaart. Het is geen mooie kaart. Het is zo'n kaart die je alleen op vakantie koopt.

Je kent het wel. Je zit in een restaurant te eten en een man met een blindenstok legt een stapeltje briefkaarten en een zelfgekleide broche op tafel. Je vraagt aan de man hoe duur de broche is.

De broche is duurder dan het voorgerecht, dus je vist de minst lelijke kaart uit het stapeltje en geeft de man een briefje van vijf euro of de twee aan elkaar geplakte post-its die je altijd in je portemonnee hebt zitten voor momenten als deze.

Je denkt dat je iets goeds hebt gedaan, want de man strompelt gelukkig naar het volgende tafeltje. Iedereen is gelukkig, denk je, maar dan voel je de blik van je vrouw als een dashbordaansteker in je voorhoofd branden.

"Naar wie kunnen we deze verschrikkelijke kaart in godsnaam opsturen?" vraagt ze.

"Naar je moeder?" zeg je, terwijl je je kogelvrije en vuurbestendige pak aantrekt. En toch weet je dat ze ­gelijk heeft. 

Ik ga naast het bosje bloemen zitten. Waarom ligt het hier? Is er iemand verdronken?

Dit is geen kaart die je naar iemand kunt sturen. Daarnaast verdient geen enkele postzegel het om op dit papieren gedrocht te worden geplakt. 

Je bent er weer in getrapt. Net als vorig jaar op Samos. Je hebt de ik-kon-geen-nee-zeggenbriefkaart gekocht.

Ik ga naast het bosje bloemen zitten. Waarom ligt het hier? Is er iemand verdronken? Ik kijk in het grachtenwater en zie de duizenden gezichten verschijnen van de mensen die er ooit levenloos uit zijn gevist.

'Je hoeft niet meer te zwoegen, prins. Ga maar lekker spoken,' staat er op het kaartje.

De persoon die het kaartje heeft geschreven, heeft een mooi handschrift. De kleine k's hebben een heerlijk buikje en de p staat prachtig open.

Een oude vrouw komt naast me op de rand van de gracht zitten. Ze pakt mijn hand vast. De vrouw draagt een bodywarmer, maar haar handen zijn koud.

"Wat doe je hier?" vraagt ze.
"Die bloemen. Ik wil weten waarom ze hier liggen."

"In 1985 overleed mijn hond Bob."
"Was Bob in de gracht verdronken?"

"Nee, hoor."
"Waarom liggen die bloemen hier dan?" vraag ik.

"Dit plekje, precies hier waar de bloemen liggen, was zijn favoriete plasplekje. Dan keek hij over het water. Bob kon hier uren zitten. Alsof hij op een boot aan het wachten was. Een boot die een vriend of vriendin naar hem zou brengen. Vind je het niet treurig dat ik na tweeëndertig jaar nog steeds een bosje bloemen voor Bob neerleg?"

"Nee, ik vind het mooi. Heel mooi. U bent inmiddels trouwer dan uw hond."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug. Reageren? james@parool.nl