Opinie Bewaar

Ik heb alles van mijn moeder geleerd, de rest van mijn vader

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

Ik heb alles van mijn moeder geleerd, maar de rest heb ik van mijn vader.

Op mijn veertiende kwam ik een keer thuis van school. Ik zei tegen mijn vader dat ik werd gepest vanwege mijn haar. "Dan scheren we al dat haar toch van je hoofd? Dan hebben ze niets meer om je mee te pesten," zei hij. Het klonk goed. Het klonk alsof hij er langdurig over na had gedacht. Dus ging ik op een krukje in de keuken zitten en vertrouwde mijn vader.

Morgen pest niemand me meer, dacht ik, terwijl de tondeuse zoetjes bromde. Maar toen voelde ik mijn vader schrikken. Hij zei niets, hij deed niets, maar ik voelde gewoon dat zijn ogen iets hadden gezien wat ze liever niet hadden gezien.

"Het is toch niet heel kort?" vroeg ik. Hij antwoordde niet, dus keek ik maar naar de grond. Al mijn krullen ­lagen in hoopjes op de keukenvloer. Toen hoorde ik mijn zus gillen.

"Is het heel erg?" vroeg ik aan mijn zus. Ze keek me kokhalzend aan en legde een theedoek over mijn hoofd heen. Twee minuten later trok mijn moeder de theedoek van mijn hoofd. Ik zag dat ze wilde huilen, maar ze had haar traanzakjes dichtgetimmerd.

Om mijn vader terug te pakken, haalde ik een paar ­dagen later zijn tennisschoenen uit zijn sporttas. En die avond keek ik, verstopt achter een gordijn, hoe mijn ­vader op blote voeten de tennishal binnenliep. Maar het deed hem niets. De walgelijke klojo.

Hij maakt balkons, tuinhekken en leuningen. Mijn vader maakt alles. Alles behalve fraaie kapsels

Mijn vader speelde zelfs beter dan normaal. Achter dat gordijn in de tennishal veranderde mijn woede in trots, want hij danste als een blootsvoetse Betty Stöve over de baan.

Een jaar later zat ik in de auto met mijn vader. Ik had iets nodig van de Perry Sport op de Overtoom, dus parkeerde mijn vader de auto op dat parkeerplaatsje op de Nassaukade. Mijn vader stapte uit de auto om te kijken of de auto wel goed stond en toen kreeg hij opeens een duw van een man in een hesje. Het was een degelijke duw. De man was ook zeker twee koppen groter dan mijn vader.

Op het moment dat ik uit wilde stappen om hem te helpen, gaf mijn vader de mooiste kopstoot ooit aan de man in het hesje. De kopstoot had iets cruijffiaans. Mijn vader nam een aanloopje, stapte op de achter­bumper van onze auto en kuste, al opvliegend, met het hardste gedeelte van zijn schedel op het reukorgaan van de kolos.

Met het bloed van Willem van Oranje-hesje op zijn voorhoofd stapte hij de auto weer in, gaf mij een kus en zei dat ik niets tegen mamma mocht zeggen. Ik knikte en vroeg of ik dat wat hij zojuist had gedaan ook ooit met mijn schedel zou kunnen doen. Mijn vader ging toen met zijn hand over mijn voorhoofd, tikte wat, voelde wat en keek vol trots naar me.

Zoals hij toen naar mij keek, kijk ik nu naar hem. Hij is bijna zeventig en is nog steeds zes dagen per week aan het werk in zijn werkplaats op de Ms. Oslofjordweg. Mijn vader kan alles met metaal. Hij maakt boten.

Hij zorgt dat de dingen die moeten blijven drijven, blijven drijven. Ook maakt hij balkons, tuinhekken en leuningen. Mijn vader maakt alles. Alles behalve fraaie kapsels.

Mamma is al mijn hele leven de treden in mijn trap, maar pappa heeft van zijn eigen ijzersterke botten mijn trapleuning gemaakt.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug. Reageren? james@parool.nl