Opinie Bewaar

Een plek waar je kunt eten alsof niemand je ziet

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

Hij kijkt door het raam naar een vrouw die in een cheeseburger bijt. Naast haar staat een weldoorvoede man die, aan zijn wangen te zien, vloeibaar beton door een rietje zuigt.

De man die door het raam van het fastfoodrestaurant kijkt, doet dit zo'n drie keer per week. Hij noemt het op fastfoodsafari gaan. Vanuit portiekjes en vanaf bushaltes kijkt hij naar de mensen die zich niet vies en of schuldig voelen als ze in drie minuten tijd twintig kipachtige klompjes met barbecuesaus verorberen.

Hij heeft respect voor deze mensen, want ze zijn de laatsten der Mohikanen. Dit zijn de laatste mensen die nog nergens in geloven.

De man staart naar een tiener die in een hoekje van het restaurant zit. De jongen rangschikt zijn frietjes van mooi naar lelijk. De lelijke frieten stopt hij onmiddellijk in zijn mond. De mooie frieten legt hij op tedere wijze terug in de kartonnen houder. Deze tiener koestert eerbied voor alledaagse verfijndheid. Pas als alle lelijke frieten op zijn, trekt hij het lipje van zijn mayonaise en kan het diner echt beginnen.

De fastfoodvoyeur eet al een jaar geen fastfood meer. Om eerlijk te zijn eet hij bijna niets meer. Zijn vrouw leest veel vrouwenbladen en bij vrouwen die veel vrouwenbladen lezen, gaat het vroeg of laat een keertje spoken in het hoofd.

Hij merkte het aan haar manier van boodschappen doen. Ze haalde opeens geen brood meer. Geen zuivel. Alles wat hem gelukkig kon maken, kwam het huis niet meer in. Suiker, bier, borrelnootjes. Laatst maakte zijn vrouw bloemkoolrijst. Toen hij in de pan keek, hoorde hij hoe zijn smaakpapillen zich met behulp van een jachtgeweer van het leven beroofden.

Maar soms, heel soms, wil hij gewoon vroeg, maar gelukkig sterven

En hij snapt zijn vrouw wel hoor. Ook hij wil zo oud mogelijk worden. Ook hij wil zien hoe zijn achterkleinkinderen niet gaan studeren, maar toch 20.000 euro per maand zullen verdienen door het online zetten van filmpjes waarin ze videospelletjes spelen. Hij wil die dingen echt meemaken.

Ook hij wil erbij zijn als zijn kleindochter voor de vijfde keer trouwt. Maar soms, heel soms, wil hij gewoon vroeg, maar gelukkig sterven. Misschien volgend jaar. Ergens in maart. Op de parkeerplaats van een fastfoodrestaurant, stikkend in het allermooiste frietje.

De man kijkt naar het meisje dat achter de balie staat. Ze draagt een zonneklep. Het regent buiten, maar zij draagt een zonneklep. Alsof ze wil zeggen dat de zon ­altijd schijnt in een fastfoodrestaurant. Of ze draagt die zonneklep vanwege de allesverblindende vette huid van sommige klanten.

Soms als hij naar fastfoodetende mensen kijkt, raakt hij enigermate opgewonden. Nauwelijks, dat wel, maar toch voelt hij iets gloeien als iemand - man of vrouw - in een plat stuk vlees bijt waarvan niemand de herkomst kent.

Hun ongehoorzaamheid enthousiasmeert hem. Het fastfoodrestaurant is een soort stripclub voor hem geworden. Een plek van opstand. Daar waar de ­revolutie in het frituurvet danst. Daar waar de kinderen van de duivel een Happy Meal halen. De man mag er graag naar kijken.

Het is een plek waar je kunt dansen alsof niemand naar je kijkt. Een plek waar je kunt eten alsof niemand je ziet.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns terug. Reageren? james@parool.nl