Kunst & Media Bewaar

Dag 8: Hoofdzaken en bijzaken

Het festival vierde zijn zeventigste verjaardag met een groepsfoto met honderd 'leading figures' uit de filmwereld.
Het festival vierde zijn zeventigste verjaardag met een groepsfoto met honderd 'leading figures' uit de filmwereld. © Jan Pieter Ekker

In Zuid-Frankrijk begon vorige week woensdag de 70e editie van het gerenommeerde Filmfestival van Cannes. Paroolverslaggever Jan Pieter Ekker blogt dagelijks over zijn belevenissen.

Dag 8: woensdag 24 mei

Maandagavond heb ik op het op de borrel van het IFFR niet over film, maar alleen maar over Ajax gehad met Frans van Gestel, die net als ik een seizoenkaart heeft in Vak 120. Over Bosz, Sanchez (onwaarschijnlijk goed), Schöne (niet goed genoeg), Onana (héél goed) - eigenlijk over alle spelers. En toen nog een keer. En dat hij dus wel naar Stockholm vliegt, en ik niet.

Na een uur moest ik door, naar de film en daarna schrijven. Toen ik 's avonds in mijn appartement zat te tikken, las ik over de aanslag in Manchester. Sindsdien liep ik rond met een steen in mijn buik. En kon ik niet meer normaal aan die wedstrijd denken. Gelukkig draaien hier ook nog films. Heel veel films. Ik heb genoten van Colin Farrell en Nicole Kidman in The killing of a sacred deer van de Griekse regisseur Yorgos Lanthimos. Ik was positief verrast door The Beguiled, Sofia Coppola's remake/herinterpretatie van Don Siegels gelijknamige film uit 1971.

Die film werd verteld vanuit het perspectief van een man, Clint Eastwood. Coppola kiest het vrouwelijk perspectief en geeft alle ruimte aan Kidman, Kirsten Dunst, Elle Fanning cum suis (en van Colin Farrell als macho-intrigant). Het heeft ongetwijfeld te maken met verwachtingen; ik had gehoord dat-ie saai was, maar ik heb me echt prima vermaakt bij deze prikkelende kruising tussen The virgin suicides en Misery. Ik heb gegruweld bij Tesnota van de jonge Rus Kantemir Balacoc, een snoeiharde film over de onverdraagzaamheid tussen Tsjetsjenen, Joden en Russen in een gat in de Kaukasus. En ik heb gegniffeld bij Krotkaya van Sergei Loznitsa, maar hoorde dat die later ook gruwelijk werd. Toen was ik al weg, sorry, maar je hebt hoofdzaken en bijzaken en om 20.45 zat ik klaar voor Ajax.

Het viel niet mee; Manchester was een maatje te groot/te sterk/te volwassen. Maar wat een leuk seizoen was het! Nu maar hopen dat niet het halve elftal verkocht wordt. En dat ik mijn Ad-collega Ab Zagt the day after the night before niet te vaak tegenkom...

Dag 7: maandag 23 mei

"Have a nice day, bro!" 

Hij zei het echt, de donkere beveiliger die me dit festival al ontelbare keren heeft gecontroleerd. 

Het is een ondankbare taak, want in Cannes heeft bijna iedereen haast. Ik probeer voor iedere afspraak een paar minuten extra 'reistijd' in te plannen en de beveiligers met vriendelijkheid tegemoet te treden, maar dat geldt hier niet voor iedereen. 

Vanochtend, toen ik aangedaan door het vreselijke nieuws uit Manchester aansloot in de rij, hoorde ik weer een journalist tekeer gaan, omdat hij zijn flesje water moest inleveren. 

Dat is ook stom, maar het is hier al jaren het beleid, en de regels gelden voor iedereen - ik zag dat het hoofd van de persafdeling 's ochtends ook gewoon door de detectiepoortjes moet. Wel nieuw is dat er sinds gisteren ook geen koffie meer mee naar binnen mag in de persconferentieruimte. Niet uit angst voor terreur, maar omdat ze er genoeg van hebben om het tapijt schoon te maken. 

Het festival - dat vandaag zijn zeventigste verjaardag vierde met een groepsfoto met honderd 'leading figures' uit de filmwereld, waaronder elf Gouden Palm-winnaars - liet na de aanslag een persbericht uitgaan, waarin medeleven werd betuigd met de slachtoffers.

"This is yet another attack on culture, youth and joyfulness, on our freedom, generosity and tolerance, all things that the Festival and those who make it possible -the artists, professionals and spectators- hold dear." 

Ook werden alle festivalgangers uitgenodigd om uit solidariteit met de slachtoffers, hun familie en het Britse volk om drie uur een minuut stil te zijn.

Om drie uur stond mijn interview met Michael Haneke gepland in Hotel Majestic. Daar leek het communiqué niet te zijn doorgedrongen; het persbureau was in rep en roer want acteur Mathieu Kassovitz was in geen velden of wegen te bekennen waardoor zijn interviews al een half uur waren uitgelopen (wat vervolgens werd opgelost door alle interviews tien minuten korter te maken).

Ik ben maar even een paar meter verderop gaan staan.

Het interview verliep overigens goed, terwijl ik er best wel tegenop had gezien, want Haneke kan soms heel streng zijn. Maar ondanks de matige ontvangst van Happy End was hij buitengewoon ontspannen en licht; hij ontweek de vragen nu eens niet en maakte zelfs wat grapjes. Binnenkort is het resultaat hier te lezen.

Dag 6: maandag 22 mei

Voor aanvang van het festival moest ik, zoals alle andere journalisten, bepalen wie ik hier wilde spreken. De ene keer gebeurt dat op basis van korte synopsissen, een andere keer op basis van reputatie. Vervolgens moet je maar afwachten wat er terechtkomt van je verlanglijstje. 

Ruben Östlund had ik eerst niet, maar na lang zeuren/aanhouden toch wel. Voor Happy End kreeg ik eerst Isabelle Huppert, tot mijn leedwezen, maar daar was niks aan te doen - tot ik opeens toch Michael Haneke mocht spreken.

Sofia Coppola krijg ik niet, helaas. Te duur. Of te weinig plekken voor Nederland - wie zal het zeggen. Ook Lynne Ramsay lijkt niet te lukken, wat ik misschien nog wel erger vind. Maar dat interview staat pas aan het einde van de week gepland, er is dus nog hoop.

Verder heb ik weinig te klagen. Niet over de namen, niet over de lengtes van de gesprekken en ook niet over de vragen van mijn collega's. Maar misschien is het ook wel gewenning.

Na afloop van het groepsinterview met Todd Haynes mopperde een Israëlische journaliste over de gang van zaken: ze had niet eens een vervolgvraag kunnen stellen, iedereen praatte maar door elkaar. En na 25 minuten was het alweer voorbij; dat was toch ook geen doen?!

Ze had natuurlijk een punt. Het was geen normaal gesprek, we sprongen van de hak op de tak, maar alle vragen die ik zelf had bedacht waren beantwoord, en alles wat aan bod moest komen voor een goed verhaal was in die 25 minuten wel zo'n beetje aan bod gekomen.

Ik antwoordde haar dat het altijd erger kan; dat bij het interview dat ik net had gedaan met Andrei Zvyagintsev al na 15 minuten een dame van het publiciteitsbureau binnenkwam om duidelijk te maken dat het tijd was voor de laatste vraag. En dat het alleen aan de onverstoorbaarheid van Zvyagintsev te danken was dat het gesprek toch nog 22 minuten en 23 seconde had geduurd (maar eigenlijk veel korter want er was een tolk bij).

Het kan ook anders: het interview met de Japanse regisseur Kurosawa Kiyoshi duurde zolang dat ik op een gegeven moment echt niet meer wist wat ik moest vragen - het zorgde er bovendien voor dat ik te laat arriveerde op mijn koffieafspraak met Mees Peijnenburg, die in Cannes is met zijn mede-residenten van de Cinéfondation (schema's in Cannes zijn wankele bouwwerken; als een film te laat begint of een afspraak uitloopt, loopt alles in het honderd.)

Bij het groepsgesprek met de Hongaar Kornel Mundruczo schoof na een minuut of vijf nog een Italiaanse journaliste aan. Althans, ze legde haar iPad voor Mundruczo's neus en liep toen weer weg om wat te drinken te halen.

Toen ze weer terug was somde ze vier punten op die haar waren opgevallen aan de film en vroeg ze, nee sommeerde ze de regisseur of hij daarop wilde reageren. Vervolgens pakte ze haar iPad van de tafel en hield ze het ding vlak voor zijn gezicht om wat foto's van hem te maken. Mundruczo zei er niets van. Ik ook niet.

Dag 5: zondag 21 mei

Vrijdagnacht, vrijwel direct na de persvoorstelling, schreef ik dat ik een tikje teleurgesteld was in The Square. Inmiddels ben ik alweer veel milder gestemd. De vierde van de Zweedse regisseur Ruben Östlund is zeker niet zijn beste (ik zeg er maar direct bij dat ik dat vorig jaar ook schreef over I, Daniel Blake van Ken Loach en die won vervolgens de Gouden Palm); de film is te lang en niet zo strak en gefocust als Involuntary, Play en Turist. 

Maar er zitten geweldige scènes en ideeën in. Heel veel geweldige scènes en ideeën. Als ik 'm over twee maanden in de reguliere bioscoop zou zien, zou ik dolenthousiast zijn, maar de lat ligt nu eenmaal hoog in Cannes. Heel erg hoog. 

Als het gordijn opengaat en de festivaltrailer voorbij rolt (er staan deze editie namen van de winnaars uit de 70-jarige geschiedenis op de rode loper-treden in de trailer) met de betoverende muziek van Saint-Saëns, dan hoop je, nee, dan verwacht je dat er een meesterwerk gaat beginnen. Maar hoeveel meesterwerken worden er nu helemaal gemaakt, zelfs in een goed filmjaar?

Ik probeer het gemopper dan ook tot een minimum te beperken; ik bijt direct na een vertoning liever eerst maar even op mijn tong.

Maar soms valt een film ook na twee dagen niet mee. Ik vind Sea Sorrow nog steeds een draak. En ik vraag me ook nog steeds af wat de gevangenis-boks-drugsfilm A Prayer Before Dawn in Cannes te zoeken heeft. Napalm vind ik nog steeds te onsamenhangend en Claude Lanzmann te zelfgenoegzaam.

Met Happy End, de nieuwste film van Michael Haneke, ben ik voorzichtiger. Ja, ik was na afloop een tikje teleurgesteld; ik weet zeker dat het niet zijn beste film is. Maar ik denk ook te weten dat morgenochtend de positieve punten zullen overheersen van dit fragmentarische drama over weer zo'n verschrikkelijke bourgeois Europese familie. Zoals het geweldige spel van Jean-Louis Trintignant als de oude pater familias - een geheide kanshebber voor de prijs voor de beste acteur.

Dag 4: zaterdag 20 mei

Aan het eind van de middag ging ik naar Come swim, het 16 minuten durende regiedebuut van actrice Kristen Stewart. Stewart werd verwelkomd door directeur Thierry Fréamaux en zei dat ze niets te zeggen had, dat haar filmpje maar voor zichzelf moest spreken. Dat viel nog niet mee: Come swim is een wel heel erg kunstig, surrealistisch kleinood waar geen touw aan vast te knopen valt.

Daarna haastte ik me naar Théâtre Debussy voor Le redoutable van Michel Hazanavicius, die een Oscar won voor zijn leuke The Artist. Het was al laat, maar met mijn roze pas met stip zou ik nog zo door moeten kunnen lopen, voordat de grote meute (roze, blauw, geel en groen) wordt binnengelaten.

Maar toen ik bij de bioscoop arriveerde stonden alle kleuren nog te wachten. Toen het al tegen half 8 liep, grapte iemand dat Clint Eastwood wel héél veel tijd nam voor zijn masterclass (die stond 's middags geprogrammeerd in Debussy), daarna begon een aantal journalisten te slow-hand-clappen. En toen stormde opeens al het personeel naar buiten, vrij ongeorganiseerd, en werden de journalisten gesommeerd zich uit de voeten te maken.

Op twitter verscheen het bericht dat er een bommelding was geweest. Althans, er was een tas in de zaal achtergebleven. Nadat politieagenten met honden de zaal hadden doorzocht, mochten we alsnog naar binnen. Loos alarm. Drie kwartier later dan gepland begon de film: een soort sitcom over het huwelijk van Jean-Luc Godard (Louis Garrel) met Anna Karina.

Misschien was het de vloek van de Franse filmgod...

Dag 3: vrijdag 19 mei

Vanochtend werd na een paar minuten de persvoorstelling van Okja stilgelegd; Bong Joon-ho's door Netflix geproduceerde drama met Tilda Swinton, Jake Gyllenhaal en Paul Dano werd namelijk in de verkeerde aspect ratio vertoond - de beeldverhouding klopte niet. Menigeen dacht aan sabotage of een gerichte hack-actie, vanwege het breed gedragen, door Gouden Palm-juryvoorzitter verwoordde ongenoegen met betrekking tot Netflix, dat zijn films niet in de bioscoop wenst uit te brengen maar alleen online aanbiedt voor abonnees. 

Het bleek gewoon een foutje van de organisatie.

Dat soort fouten komt niet veel voor in Cannes; ik kan me alleen herinneren dat in 2006 de vertoning van Alejandro González Iñárittu's Babel werd onderbroken, als ik met het goed herinner omdat de film was gebroken (lang geleden werden er films vertoond in Cannes). Diezelfde Iñárittu presenteert deze editie de VR-installatie Carne y Arena; journalisten konden zich via een website inschrijven voor een 6 minuten durende preview. 

Toen ik me vanochtend om 11 uur meldde bij een balie in de buurt van het festivalpaleis werd ik samen met een collega uit Mexico in een van de zwart-glimmende Renaults van de sponsor geposteerd, en naar een enorme loods buiten Cannes vervoerd - ongeveer een half uur rijden. 

Daar moest een verklaring worden ondertekend dat de organisatie niet verantwoordelijk is mocht er iets met je gebeuren. "Voor het geval je doodgaat," verduidelijkte een van de dames achter de balie.

(tekst loopt door onder foto's)

Via een stuk Mexicaanse muur werd ik vervolgens naar de ingang van de installatie geleid, waar ik mijn schoenen en sokken moest uittrekken. In de grote, half verduisterde hal met zand op de vloer kreeg ik vervolgens een zware rugzak omgehangen en een VR-bril en koptelefoon opgezet. En toen bevond ik me midden in de nacht tussen de Mexicanen, die de grens met de Verenigde Staten probeerden te passeren. In mijn rug voelde ik een gure wind. Boven me verscheen een helikopter, voor me doemden mannen van de grenspolitie op, die schreeuwen dat we op de grond moesten gaan liggen. Vrouwen werden afgevoerd, iemand die niet luisterde werd neergeschoten. En toen was het weer voorbij.

In een halletje werden filmpjes getoond waarin echte vluchtelingen vertelden over de reden van hun vertrek, de barre reis en de omstandigheden waaronder ze nu in de VS leven. Daarna stond ik weer bij de geïmproviseerde receptie, waar enorme hoeveelheden eten en drinken klaarstonden. Vervolgens werd ik een mijn eentje terug naar Cannes gereden, in een nóg grotere Renault met privéchauffeur. Voor de totaalervaring was het wellicht beter geweest als ze de deelnemers op blote voeten en zonder iets te eten en te drinken terug hadden laten lopen, maar het blijft natuurlijk Cannes. 

Interviews gedaan met Todd Haynes en Andrey Zvyagintsev (die memoreerde aan het gesprek dat we drie jaar geleden hadden bij Leviathan) en beide hoofdrolspelers van zijn film. 's Avonds nog naar The Square, een nieuwe moraliteit van Ruben Östlund, ditmaal gesitueerd in de malle wereld van de beeldende kunst: wel goed, maar niet zo goed als ik had gehoopt. 

Morgen nieuwe ronde, nieuwe kansen. Ook dat is Cannes.

Dag 2: donderdag 18 mei

Cannes is in een vesting veranderd. Een jaar geleden waren de veiligheidsmaatregelen al opgeschroefd, maar na de aanslagen in Nice, vorig jaar juli, en meer recent weer in Parijs nemen de autoriteiten geen enkel risico meer. 

En terecht. Tussen de peperdure jachten ligt opnieuw een schip van de Franse marine, op de Boulevard de la Croisette wordt gepatrouilleerd door zwaarbewapende agenten - je waant je in zo'n soort film die je niet zo een-twee-drie met Cannes associeert, met Bruce Willis, Arnold Schwarzenegger of Jean-Claude Van Damme.   

Auto's zonder vergunning kunnen niet in de buurt van de rode loper komen, voor alle festivallocaties staan detectiepoortjes. Iedereen die naar binnen wil moet er doorheen - en wordt daarna nog een keer aan een onderzoek onderworpen door overijverige bewakers.  Met als gevolg dat er nog geen film op tijd is begonnen. We moeten er maar aan wennen, zei het hoofd van de persafdeling Christine Aimee vanochtend tegen me; het festival kan er ook niks aan veranderen, ze voeren alleen maar de zeer strikte opdrachten van de plaatselijke en regionale autoriteiten uit.   

Het zorgt er wel voor dat je nog krapper in je tijd komt te zitten. En mijn schema luistert toch al zo nauw. Donderdag drie films gezien, naar twee persconferenties geweest, een interview gedaan en eindelijk weer een keer normaal gegeten.

(tekst loopt door onder foto's)

De films: Wonderstruck van Todd Haynes is een mierzoet, met muziek dichtgesmeerd, prachtig gefilmd sprookje; een wonderlijke kruising tussen een volwassen kinderfilm en een ode aan de zwijgende film en de cinema van de jaren zeventig. Barbara van Mathieu Amalric - de openingsfilm van de tweede competitie Un certain regard - is een biopic over de Franse chansonnière Barbara (die wordt gespeeld door zangeres Jeanne Balibar; Amalric is zelf te zien als een regisseur die een film over haar maakt).  

En Jupiter's Moon van de Hongaarse regisseur Kornel Mundrusczo is een gewaagde, zeg maar gerust krankzinnige kruising tussen een politiek pamflet, een actiefilm en bovennatuurlijke sciencefiction.  

De persconferenties waren van Todd Haynes cum suis en Andrei Zvyagintsev (waarover vrijdag meer in Het Parool), het groepsinterview met Arnaud Desplechin, die het geloof ik net zo'n leuk gesprek vond als ik - echt een waardevolle aanvulling op de film.  

Tijdens het eten (steak tartare) nog even contact met het thuisfront gehad. Mijn 16-jarige dochter vroeg me of ik Bella Hadid al had gespot. Die had ik toevallig net in de Gala zien staan, een van de vele blaadjes die dagelijks op het festival worden verspreid, dus ik stuurde haar een foto van die foto. 'Ze loopt net voorbij', schreef ik erbij. 'Ha ha ha. Dat was gisteravond. Ik hou alles bij' was haar adremme respons.

Dag 1: woensdag 17 mei

Door iets enorm ingewikkelds kwamen de mails van het festival de afgelopen weken niet aan op mijn Parool-account; dus ondanks mijn herhaalde vraag hoorde ik maar niks over mijn accreditatie en de kleur van mijn pas. Maar bij aankomst in Cannes bleek alles keurig in orde: roze met een stip, van levensbelang voor een geslaagd festival.

En toch bleef de onrust; over de films, over interviews en junkets (Todd Haynes, Arnaud Desplechin, Adèle Haenel, Kornel Mundruczo, Andrei Zvyangintsev, Brundo Dumont, Safdie-broertjes, Isabelle Huppert, Cecilia Atán & Valeria Pivato, Fatih Akin, Agnes Varda & JR, Naomi Kawase en François Ozon - om er maar een paar te noemen) en over de drukte en de veiligheid (Cannes is in een vesting veranderd). 

En over Ajax. Ik had nog plannen om naar Stockholm te gaan - kon zelfs een keurig kaartje krijgen voor 77,50 euro - maar het is zo'n ommelandse reis vanuit Cannes dat ik toch maar hier blijf. Ook geen straf. 

De eerste dag een rondje gemaakt door de krochten van het Palais de Festival, waar de filmmarkt die Cannes ook is, is begonnen, even wezen kijken bij het Nederlands paviljoen, dat - je moet toch wat als er geen films zijn om goede sier mee te maken - een ode brengt aan honderd jaar De Stijl en Mondriaan, en naar de persconferentie van de jury geweest (met een hoofdrol voor Will Smith, die grapte dat hij de films met een Afro-Amerikaans oog gaat bekijken).

Ook meteen al drie films gezien: begonnen met de openingsfilm Les fantômes d'Ismaël van Arnaud Desplechin, waarbij ik me in tegenstelling tot de meeste collega's die ik erover hoorde nog best heb vermaakt - maar ik ben een enorme fan van Mathieu Amalric. Daarna door naar Sea Sorrow van de Britse actrice en politiek activiste Vanessa Redgrave. Dat was pas erg: een verschrikkelijke anti-film; propaganda voor het 'goede doel'.

Tot slot nog naar Loveless van de Russische regisseur Andrej Zvyagintsev, een prachtfilm over liefdeloze ouders die liefdeloze kinderen creëren, die weer liefdeloze ouders worden die liefdeloze kinderen creëren. Het indringende, bij vlagen gruwelijke drama eindigt drie keer, maar wordt met ieder einde nóg een beetje beter.

In het slotbeeld staat een serpent van een vrouw in een Russisch-rood trainingspak op een loopband te stampen, terwijl op de radio berichten klinken over de oorlog op de Oekraïne. Moedertje Rusland is ook niet zo goed voor haar verloren dochter, wil Zvyagintsev maar zeggen. Ik kijk uit naar het interview.