Amsterdam Bewaar

Peter van Straaten (1935-2016) liet zijn getekende voetsporen achter

Peter van Straaten
Peter van Straaten © ANP

'Ik wou een soort Rembrandt worden, maar dan in de krant', zei cartoonist Peter van Straaten in 2012. Jarenlang was hij verbonden aan Het Parool. Donderdag overleed hij op 81-jarige leeftijd.

Het zwijgende stelletje in een restaurant. De dronken vrouw van middelbare leeftijd, alleen aan de bar. De bejaarde met decorumverlies, de seks die tegenviel, flirtende collega's.

Voor wie er oog voor heeft, is de wereld, of dan toch tenminste Amsterdam, één grote Peter van Straatentekening. Er bestaat zelfs Peter van Straatenweer. Dan miezert het.

Meer dan een cartoonist
In de cartoon Dagelijks Leven ving Van Straaten het tobberige leven in één scène, met één citaat. Dat maakte hem tot meer dan een cartoonist, hij was een chroniqueur, hij schreef met een tekening.

Die wereld was er een van lelijkheid, slechte huwelijken, drank, aanstellerij. Kortom, van het menselijk tekort, met name dat van mannen.
Voor elke keer dat iemand bij een Peter van Straatentekening zegt: 'Zó herkenbaar,' sterft ergens ter wereld een uitgeblust echtpaar.

Donderdag overleed hij, 81 jaar oud. Van 1958 tot 2012 was hij verbonden aan Het Parool, en dat is langer nog dan dat andere boegbeeld, Simon Carmiggelt, zijn grote geestverwant.

De eerste jaren in Amsterdam waren een cultuurshock

Peter van Straaten (interview in Het Parool)

Peter van Straaten (Arnhem, 1935), zoon van een architect, was de jongste in een gezin met vijf jongens. Zijn tekentalent openbaarde zich al vroeg. Op zijn zesde tekende hij zijn eerste stripverhaal. Als groot vogelliefhebber hield hij bovendien natuurdagboeken bij, die hij rijk illustreerde.

Na het gymnasium vertrok hij in 1954 naar Amsterdam om daar te studeren aan de Kunstnijverheidsschool, de latere Rietveld Academie. Het duurde even voor de verlegen en bleue Van Straaten zijn draai vond in de grote stad. "De eerste jaren in Amsterdam waren een cultuurshock," herinnerde hij zich later in een interview in het Parool.

En bij de vrouwen was hij ook niet geliefd: "Mijn vrienden neukten zich suf en bij mij wilde het maar niet lukken. Uiteindelijk heeft een vriendin die ik nog kende van het gymnasium in Arnhem zich opgeofferd: 'Doe het maar met mij, dan ben je d'r van af'."

Wat in Amsterdam wel meteen goed ging: de kroeg in. Daar leerde hij ook Paroolredacteur Theo Ramaker kennen, die hem naar de krant haalde als reportagetekenaar.

'Ik wou een soort Rembrandt worden, maar dan in de krant,' zei Van Straaten in de catalogus bij een expositie in 2012, van werk van hem en de vermaarde vooroorlogse tekenaar Jo Spier (1900-1978).

De tekeningen die Van Straaten maakte bij bijvoorbeeld de Elfstedentocht of rechtszittingen waren aanvankelijk een beetje in de stijl van Spier, maar gaandeweg ontwikkelde hij een heel eigen handschrift: lekker krasserig, vol arceringen, sfeervol.

Vanaf 1968 zette Van Straaten zijn eerste duidelijke voetafdruk in Het Parool: de strip Vader & Zoon. Aanvankelijk een keer in de week, later drie keer en vanaf 1970 lagen de rechtse vader in driedelig pak en zijn slungelige linkse zoon met Mao-sikje elke dag met elkaar overhoop, in hét generatieconflict van de jaren zeventig.

Vader: 'Jazeker! Ik word toevallig zeer melancholiek als ik bladeren zie vallen. Ik neem aan dat dat ook weer rechts is.'

Populariteit
Het uiterlijk van de rechtse vader baseerde Van Straaten op een schoenmaker in de Paleisstraat, die tussen de middag wel in journalistencafé Scheltema kwam. Dat van de linkse zoon was geïnspireerd op fotograaf Philip Mechanicus, hoe Max Pam ook zijn best bleef doen die rol te claimen.

Zo populair was de strip dat er in 1974 zelfs een televisiebewerking van werd gemaakt, met Guus Hermus en Gees Linnebank in de hoofdrollen. De strip verscheen tot 1988 in de krant. Achteraf te lang. Het generatieconflict van de jaren zestig en zeventig speelde in de jaren tachtig allang niet meer, maar belangrijker: Van Straaten had de lol in de strip verloren.

Leuk - en vooral ook eervol - vond hij het wel om, zoals hij vanaf 1970 deed, elke zaterdag een cartoon te maken bij de column Een zee van tijd van Simon Carmiggelt. De twee waren zielsverwanten. Ze deelden niet alleen een melancholieke inborst, maar ook de liefde voor de kroeg.

De zaterdagse column en cartoon stonden inhoudelijk los van elkaar, maar hadden vaak een zelfde sfeer.

Naast Het Parool was Vrij Nederland Van Straatens belangrijkste afnemer. Vanaf de late jaren zestig maakte hij voor het weekblad politieke tekeningen. Eerst liet hij zijn licht ook over de buitenlandse politiek schijnen, al snel beperkte hij zich tot alleen Den Haag.

Een hoogtepunt als politiek tekenaar bereikte hij in 1977 met het boekje Bij ons in het dorp, waarin hij de politici van die tijd voorstelde als de bewoners van een dorpje.

Ik wou een soort Rembrandt worden, maar dan in de krant

Peter van Straaten (2012)

Dries van Agt was in Bij ons in het dorp een wel heel enge pastoor. Sowieso kregen vooral CDA'ers er vaak flink van langs. "Ik weet ook niet waar dat vandaan komt. Een verborgen anti-papisme misschien. Lubbers heb ik ook altijd afgebeeld als een gluiperd," zei hij in 2002 in Het Parool.
Toch waren zijn tekeningen nooit met de gebalde vuist, zei hij vorig jaar in een interview in De Volkskrant. "Er moest om gelachen kunnen worden. Het moet wel leuk blijven."

Vijf keer won hij de Inktspotprijs, voor de beste politieke prent van het jaar, de laatste keer dit jaar. Na de misbruikschandalen in de katholieke kerk tekende Van Straaten een voorovergebogen jongetje, bij wie een groot kruis in de kont is geduwd. Het zorgde voor de enige keer in zijn carrière dat hij doodsbedreigingen kreeg. Een tijdje haalde hij het naambordje van zijn voordeur.

Van Straaten was een dubbeltalent: schrijven ging hem net zo makkelijk af als tekenen. In de jaren zeventig schreven hij, Eelke de Jong en Rijk de Gooyer elkaar brieven in de toenmalige Haagse Post en ook volgde Van Straaten Carmiggelt op, toen die op zeventigjarige leeftijd stopte.

En van 1984 tot 2000 schreef hij een feuilleton over de alleenstaande moeder Agnes, de eerste twee jaar voor Het Parool, daarna voor Vrij Nederland. In het 'slordige leven' van Agnes vloeide de witte wijn en kwamen veel minnaars langs.

De hele week drinken vind ik geen punt, maar het komt er niet van

Peter van Straaten

'Edelkitsch,' noemde Van Straaten het feuilleton zelf, maar Agnes was razend populair: het leidde tot acht goed verkochte boeken. Café Welling organiseerde een Agnes-verkiezing.

In de documentaire Een gelukkige hand die Pieter Verhoeff in 2005 over Peter van Straaten maakte, werd in het dramagedeelte de rol van Agnes gespeeld door actrice Renée Fokker.

"Ik ben het zelf," zei Van Straaten over Agnes, "maar dan verkleed als vrouw."

Van 1988 tot 2012 maakte Van Straaten Dagelijks leven, elke dag mooi prominent op pagina twee, decennialang, maar op het laatst verhuisde zijn cartoon naar Het Laatste Woord - niet tot zijn genoegen. Na zijn vertrek stond hij nog een keer per week in De Volkskrant.

Met mate
De laatste jaren deed hij het rustiger aan en leefde met zijn tweede vrouw, kunstenares Els Timmermans, deels in Italië en deels in Amsterdam. Hij kwakkelde met zijn gezondheid, hij had nog één werkende nier en hartproblemen.

Drinken bleef hij, zij het met mate. In de documentaire van Verhoeff zei hij het al, in een vintage Van Straaten-oneliner: "De hele week drinken vind ik geen punt, maar het komt er niet van."

Bekijk hier een overzicht van het werk van Van Straaten

Peter van Straaten

Peter van Straaten won donderdag voor de vijfde keer de Inktspotprijs.

Eerder won hij in 1994, 1997, 2005 en 2010. In 2006 ontving hij de Gouden Ganzeveer. Ook won hij de Lucas Ooms-prijs (1979), de Stripschapprijs voor Vader & Zoon (1883), de Jacobus van Looyprijs (2010) en de Albert Hahn-prijs (2012).

In 2011 kreeg hij een eredoctoraat aan de Universiteit van Leiden en in 1996 werd hij benoemd tot Lid van de Orde van de Nederlandse Leeuw.
Hij schreef het toneelstuk Welwezen (1986) en de eenakter Een lichte lunch (1987).

Hij publiceerde meer dan twintig Zeurkalenders en bracht vele bundelingen uit, waaronder Rondje voor de hele zaak, Roken Neuken Drinken, Zo zijn we niet getrouwd en Niet doen, opa! Samen met Henny Vrienten maakte hij de dichtbundel Aan de laatste roker.

Ook verschenen bundels met erotische tekeningen, zoals Aanstoot en Nastoot, die in 2006 werden tentoongesteld in de Rotterdamse Kunsthal. In 2010 werden ruim vijftig tekeningen aangekocht door het Rijksmuseum.