Amsterdam Bewaar

Faja en lobi overleven al eeuwen in de straattaal

Het Nationaal Archief in Den Haag beschikt over enkele Surinaamse gerechtelijke stukken
Het Nationaal Archief in Den Haag beschikt over enkele Surinaamse gerechtelijke stukken © ANP

Lobi, faja, wiri, boen: populaire woorden uit de hedendaagse straattaal werden driehonderd jaar geleden al gebruikt op de Surinaamse plantages.

Dat blijkt uit een woordenlijst die de Nederlandse gouverneur van Suriname Jan Nepveu in 1771 aanlegde over de taal van de slaven in de kolonie.

Een deel van die woordenlijst is sinds vrijdag te zien in de zogenoemde Schatkamer van het Stadsarchief. Het bijzondere document is opgenomen in een vitrine met eeuwenoude archiefstukken over het Amsterdamse aandeel in de trans-Atlantische slavenhandel en de slavernij.

Manuscript
Nepveu legde de woordenlijst indertijd aan met de bedoeling hem als appendix van een boek over het leven in de kolonie te publiceren. Het manuscript is nooit verschenen, maar werd later wel gebruikt als bron voor andere werken over Suriname. Het Stadsarchief heeft twee exemplaren van het handschrift in zijn bezit.

De woordenlijst onderstreept volgens Mark Ponte van het Stadsarchief de bijzondere band tussen het vroegere Suriname en het huidige Amsterdam: de woorden die indertijd op de plantages werden gesproken, zijn vandaag de dag te horen onder jongeren aan de andere kant van de wereld.

Sommige woorden, zoals lobi (liefde), hebben de eeuwen onaangetast doorstaan. Andere woorden hebben in de loop van de tijd een nieuwe betekenis gekregen. Wiri bijvoorbeeld was het woord voor blad of kruid, in de straattaal is het weed.

Scheldwoorden
Faja betekende vuur, maar wordt vandaag de dag ook gebruikt om aan te geven dat iemand moeilijk, gevaarlijk of stoer is.

Nepveu vergat gelukkig niet ook enkele populaire scheldwoorden te noteren. Kaka holo werd later samengetrokken tot kaolo, aarsgat, een term die volgens het straatwoordenboek in een veelheid aan situaties kan worden gebruikt, zoals: jij bent een kaolo sukkel.

De Afro-Surinaamse woordenlijst is niet de oudste geschreven tekst in het Creools. Het Nationaal Archief in Den Haag beschikt over enkele Surinaamse gerechtelijke stukken uit het begin van de achttiende eeuw, waarin verdachten en getuigen in hun eigen woorden worden geciteerd.